Zieke vreemdeling met hartfalen mag worden teruggestuurd naar Congo
Een Congolese man met ernstig hartfalen kon niet aantonen dat zijn behandeling in Congo ontoegankelijk is. De RvV bevestigt zijn gedwongen uitwijzing.
Foto: Mateo Hernandez Reyes (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Algemene Vergadering van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft het beroep verworpen van een Congolese man met hartproblemen tegen een bevel om het grondgebied te verlaten met vasthouding. Het rechtscollege oordeelt dat een uitwijzing naar Congo artikel 3 noch artikel 8 EVRM schendt, omdat de vereiste cardiologische zorg en medicatie via MedCOI-databanken aantoonbaar beschikbaar zijn in het herkomstland en er geen daadwerkelijk gezinsleven met zijn zoon of een bijzondere afhankelijkheidsband met zijn meerderjarige zussen werd aangetoond.
Bron: RvV 2 oktober 2026, nr. 353.949. (opent in nieuw tabblad)
Een ernstig zieke vreemdeling die lijdt aan hartfalen kan wettig worden teruggestuurd naar zijn herkomstland wanneer de vereiste zorg en medicatie daar beschikbaar zijn. Dat bevestigt de Algemene Vergadering van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in een recent arrest over een uitwijzingsbesluit met vasthouding.
De man diende eind 2024 een medische verblijfsaanvraag in wegens ernstige hartproblemen. Die aanvraag werd in januari 2025 ongegrond verklaard met een bevel om het grondgebied te verlaten. Toen hij in september 2026 opnieuw werd opgepakt, vaardigde de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een nieuw bevel uit met vasthouding met het oog op verwijdering, samen met een inreisverbod voor twee jaar en zonder vertrektermijn wegens vluchtgevaar.
Voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) voerde de man aan dat een uitwijzing naar de Democratische Republiek Congo zijn medische toestand fataal zou worden. Hij beriep zich op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Paposhvili-rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Daarnaast stelde hij dat zijn uitwijzing het recht op gezinsleven schond, gezien de aanwezigheid van zijn negenjarige zoon en twee zussen in België.
Geen schending van grondrechten
De Algemene Vergadering van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verwerpt alle middelen. Uit medische rapporten en gegevens van het Europese MedCOI-systeem blijkt dat de vereiste cardiologische medicatie en consultaties wel degelijk voorhanden zijn in Kinshasa en dat de man niet aantoont dat deze financieel ontoegankelijk voor hem zouden zijn.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM faalt. De man gaf zelf toe geen contact te onderhouden met zijn minderjarige zoon en kende diens volledige identiteit niet. Tussen meerderjarige familieleden, zoals de twee zussen, geldt het verdragsrechtelijke gezinsleven bovendien enkel wanneer er sprake is van bijkomende afhankelijkheidsbanden, wat hier niet werd bewezen. Tot slot oordeelt de Raad dat het eerdere niet-naleven van een vertrekbevel volstond om een risico op onderduiken vast te stellen, ongeacht het aanhangige, niet-schorsende beroep.
De uitspraak verduidelijkt dat het louter inroepen van een ernstige medische aandoening een uitwijzing niet automatisch tegenhoudt, zolang uit officiële landeninformatie blijkt dat adequate behandelingen beschikbaar zijn in het herkomstland. Voor het gezinsleven met meerderjarige familieleden blijft een strikte bewijslast gelden voor het aantonen van een daadwerkelijke afhankelijkheid.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvV 2 oktober 2026, nr. 353.949. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.