StrafrechtGrondwettelijk recht

Wetswijziging in strafzaken: rechter hoeft bepalingen niet per feit te vergelijken

Een veroordeelde eiste dat de strafrechter per telastlegging de oude en nieuwe strafwet puntsgewijs vergeleek. Het Hof van Cassatie oordeelt dat een vermelding van de toepasselijke wetsartikelen volstaat.

Stone staircase with classical columns

Foto: Nhan Hoang (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Wanneer het strafrecht na het plegen van de feiten verandert, moet de rechter onderzoeken of het gedrag strafbaar blijft en de gunstigste wet toepassen. Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat de rechter daarvoor niet per telastlegging een uitgewerkte en gemotiveerde vergelijking tussen de oude en de nieuwe strafmaten hoeft uit te schrijven. Het volstaat dat de rechter vaststelt dat de feiten onder beide wetten strafbaar zijn en de toepasselijke bepalingen concreet vermeldt.

Bron: Cass. 29 september 2026, nr. P.26.0710.N. (opent in nieuw tabblad)

Bij opeenvolgende wijzigingen van het strafrecht rijst geregeld de vraag hoe minutieus de rechter de toepassing van de gunstigste strafwet moet motiveren. Een beklaagde die voor vier telastleggingen werd veroordeeld, eiste dat het hof van beroep Antwerpen per afzonderlijk misdrijf de oude en nieuwe strafwet zou vergelijken. Het Hof van Cassatie oordeelt nu dat een dergelijke verregaande motivering niet vereist is.

De beklaagde betoogde in cassatie dat het legaliteitsbeginsel en artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) waren geschonden. Het hof van beroep had geoordeeld dat de vier ten laste gelegde feiten zowel onder de oude als onder de nieuwe wet strafbaar waren gebleven en paste de gunstigste bepalingen toe.

Volgens de verdediging volstond die algemene vaststelling niet. De rechter zou verplicht zijn om per afzonderlijke telastlegging een concrete en met redenen omklede vergelijking te maken tussen de oude en nieuwe wet, inclusief de geldende strafmaten, om aan te tonen welke norm het voordeligst uitvalt.

Geen puntsgewijze rekenoefening

Het Hof van Cassatie verwerpt die stelling. Uit het legaliteitsbeginsel volgt enkel dat de rechter een beklaagde pas schuldig kan verklaren wanneer vaststaat dat het feit onder beide wetten strafbaar is.

Daarvoor volstaat het dat het vonnis of arrest vermeldt voor welke telastleggingen dat het geval is en wat de toepasselijke wetsbepalingen zijn. Een uitgewerkte vergelijking per afzonderlijk feit met een analyse van alle strafbedreigingen is volgens het Hof niet vereist.

Daarnaast klaagde de verzoeker over een motiveringsgebrek rond de geloofwaardigheid van het slachtoffer. Het Hof herhaalt dat de motiveringsplicht uit artikel 149 van de Grondwet een vormvoorschrift is waaraan is voldaan zodra een verweer inhoudelijk wordt beantwoord, ongeacht de overtuigingskracht van dat antwoord.

Voor de strafrechtpraktijk verduidelijkt het arrest dat rechters bij wetswijzigingen niet verplicht zijn om complexe, puntsgewijze vergelijkingstabellen per telastlegging op te stellen. Zolang het vonnis duidelijk preciseert dat de gedragingen strafbaar bleven en naar de toepasselijke artikelen verwijst, is de wettelijke motiveringsplicht nageleefd.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Cass. 29 september 2026, nr. P.26.0710.N. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.