Volle mailbox verlengt beroepstermijn student niet, oordeelt R.Stvb.
Een VUB-student die drie weken te laat beroep instelde tegen een weigering tot herinschrijving, kan zich niet beroepen op een overvolle mailbox. De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen verklaart het beroep onontvankelijk.
Foto: Justin Morgan (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) heeft het beroep van een student tegen een weigering tot herinschrijving aan de Vrije Universiteit Brussel onontvankelijk verklaard wegens laattijdigheid. De universiteit bezorgde de beslissing per e-mail aan het geregistreerde privéadres van de student, waar een geautomatiseerde afleverbevestiging volgde. Dat het bericht volgens de verzoeker door een volle mailbox pas weken later zichtbaar werd, doet aan de geldige kennisgeving geen afbreuk. De wettelijke vervaltermijn van zeven kalenderdagen begint te lopen vanaf de aflevering, niet vanaf de daadwerkelijke kennisname door de betrokkene.
Bron: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0034. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een hogeronderwijsinstelling een tucht- of studievoortgangsbeslissing per e-mail bezorgt, begint de strikte beroepstermijn meteen te lopen bij de aflevering in de elektronische postbus. Dat bevestigt een arrest van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen in een geschil tussen een student industriële wetenschappen en de Vrije Universiteit Brussel.
De student had na twee academiejaren de drempel van zijn startpakket niet behaald, waarop de universiteit hem een herinschrijving in dezelfde opleiding weigerde. Nadat een eerdere weigeringsbeslissing door de Raad was vernietigd, nam de interne beroepsinstantie van de universiteit op 25 maart 2026 een nieuwe herstelbeslissing.
De universiteit stuurde deze beslissing per e-mail naar het persoonlijke adres dat de student in het universitaire informaticasysteem had opgegeven. Uit het geautomatiseerde verzendingsrapport bleek dat de e-mail op 31 maart 2026 met succes in de mailbox van de betrokkene werd afgeleverd.
De student tekende pas op 30 april 2026 beroep aan, ruim na het verstrijken van de wettelijke vervaltermijn van zeven kalenderdagen. Hij voerde aan dat zijn mailbox vol zat waardoor het bericht pas weken later zichtbaar werd, en meende dat er sprake was van overmacht.
Kennisgeving versus kennisname
De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) verwerpt die redenering en wijst erop dat de beroepstermijn volgens de Codex Hoger Onderwijs aanvangt na de kennisgeving, en niet na de feitelijke kennisname. Het risico van een slecht functionerende of overvolle postbus ligt volledig bij de geadresseerde.
Omdat vaststaat dat het bericht op 31 maart 2026 in de mailbox toekwam, verstreek de termijn definitief op 7 april 2026. Dat de universiteit de beslissing later nogmaals naar een ander e-mailadres doorstuurde, doet volgens het rechtscollege geen nieuwe beroepstermijn lopen wanneer de eerste betekening al rechtsgeldig was.
Voor studenten en onderwijsinstellingen onderstreept de uitspraak dat digitale kennisgevingen strikt worden gehandhaafd. Wie na een vernietigingsarrest een herstelbeslissing verwacht, moet zijn elektronische postbus zorgvuldig controleren en voldoende opslagruimte vrijhouden om termijnoverschrijding te voorkomen.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0034. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.