Vezelproducent vrijgesproken van afvalmisdrijf, wel beboet voor ontbrekende blustoestellen
Een toeleverancier aan de auto-industrie vermijdt een milieuboete van 32.000 euro voor illegale afvalopslag, maar betaalt alsnog 8.000 euro voor vervallen brandblussers.
Foto: Nareeta Martin (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Het hof van beroep Gent heeft een industriële vezelproducent vrijgesproken van het illegaal opslaan en overbrengen van afvalstoffen. De toezichthouder had productieresten en kunststofvezels ten onrechte direct als afvalstof aangemerkt, terwijl de opslagwijze en het productieproces wezen op circulaire secundaire grondstoffen. De onderneming werd wel veroordeeld tot een geldboete van 8.000 euro, waarvan de helft met uitstel, wegens het ontbreken van regelmatig gecontroleerde blusmiddelen in haar loods.
Bron: HvB Gent 25 september 2026, nr. anonymised. (opent in nieuw tabblad)
Mag een milieu-inspecteur ordelijk opgeslagen productieresten voor circulair hergebruik automatisch als illegale afvalopslag bestempelen? Het hof van beroep Gent oordeelt van niet en spreekt een vezelproducent grotendeels vrij van milieumisdrijven. Wel blijft een boete overeind omdat de verplichte blustoestellen jarenlang niet waren gecontroleerd.
Tijdens een inspectie in juli 2021 trof de milieu-inspectie in een loods van een toeleverancier voor de automobielsector grote hoeveelheden kunststofvezels en productieresten aan. De toezichthouder bestempelde het materiaal meteen als afvalstoffen die zonder vergunning werden opgeslagen en overgebracht. De correctionele rechtbank veroordeelde de vennootschap daarvoor in eerste aanleg tot een boete van 32.000 euro.
Het hof van beroep Gent oordeelt echter dat de toezichthouder te snel conclusies trok. De bijzondere bewijswaarde van een proces-verbaal geldt enkel voor de zuiver materiële en zintuiglijke vaststellingen, niet voor de juridische gevolgtrekkingen van de inspecteur.
Grondstof of afval
De onderneming toonde aan dat de aangetroffen PET-stromen zorgvuldig waren verpakt in dozen en uniforme folie, wat eerder wees op opslag van grondstoffen dan op afval. Ze gebruikt deze secundaire stromen in een circulair productieproces voor de productie van synthetische vezels via extrusie.
Een advies van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) bevestigde bovendien dat een voorafgaande ontstoffing van het materiaal geen afvalbewerking vormt. Omdat er ernstige twijfel bestond over het afvalstatuut van de materialen en er geen bewijs was van opzettelijke overtreding of actieve instemming met opslag door een huurder, volgde de vrijspraak voor de afval- en toezichtsfeiten.
Verwaarloosde brandbeveiliging
Voor de schending van de milieu- en veiligheidsvoorwaarden uit VLAREM II ontspringt het bedrijf de dans niet. In de bedrijfshal waren nauwelijks blustoestellen aanwezig en de aanwezige apparaten waren al jarenlang niet meer gecontroleerd op hun goede werking.
Ook een aanwezige sprinklerinstallatie was sinds maart 2008 niet meer herkeurd. Het hof benadrukt dat operationele blusmiddelen een essentieel onderdeel vormen van de brandveiligheid op de werkvloer en geen loutere administratieve formaliteit zijn. Wel halveerde het hof de boete wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Exploitanten moeten ervoor zorgen dat elementaire veiligheids- en brandpreventiemiddelen strikt up-to-date en gekeurd blijven, ongeacht of ruimtes worden verhuurd aan derden. Tegelijk bevestigt het arrest dat toezichthouders niet zomaar elk circulair restmateriaal als afval kunnen kwalificeren zonder het concrete productieproces grondig te onderzoeken.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: HvB Gent 25 september 2026, nr. anonymised. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.