Verzwijgen van schenkingen bij boedelbeschrijving is meineed, oordeelt Hof van Cassatie

Een bankbediende die bij een echtscheidingsboedelbeschrijving deed alsof zij niets wist van meer dan 500.000 euro aan schenkingen door haar schoonouders, is terecht veroordeeld voor meineed. Het Hof van Cassatie verwerpt haar voorziening.

Wooden gavel resting on a dark surface next to book

Foto: Sasun Bughdaryan (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Het Hof van Cassatie bevestigt de veroordeling wegens meineed van een vrouw die bij een notariële boedelbeschrijving na echtscheiding verzweeg dat er aanzienlijke schenkingen van haar schoonouders waren binnengevloeid. Hoewel de uiteindelijke verdeling van vermogensbestanddelen toekomt aan de burgerlijke rechter, strekt de boedelbeschrijving ertoe de volledige omvang van de te verdelen massa vast te stellen. Echtgenoten zijn verplicht alle bekende schenkingen te melden die bepalen of gelden eigen dan wel gemeenschappelijk zijn. Het doelbewust ontkennen van die schenkingen, gevolgd door de eed dat men niets heeft verduisterd, levert het misdrijf meineed op.

Bron: Cass. 13 oktober 2026, nr. P.26.0735.N. (opent in nieuw tabblad)

Wie bij een notariële boedelbeschrijving na een echtscheiding verzwijgt dat er omvangrijke familiale schenkingen zijn ontvangen, kan strafrechtelijk worden veroordeeld wegens meineed. Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat de eed over het niet-verduisteren van goederen ook geldt voor de herkomst van gelden die de samenstelling van het vermogen bepalen.

Tijdens de ontbinding van een huwelijk liet het echtpaar door een notaris een boedelbeschrijving opmaken. De echtgenote verklaarde voor de notaris dat zij niet wist of haar schoonouders ooit schenkingen hadden gedaan, en dat het hoogstens om kleine bedragen ging. Meteen daarna legde zij de wettelijke eed af dat zij niets had verduisterd en van geen verduistering kennis had.

In werkelijkheid ging het om aanzienlijke sommen, waaronder een schenking van meer dan 500.000 euro afkomstig van een lottowinst van de schoonouders. Als bankbediende beheerde de vrouw de betrokken rekeningen zelf en voerde zij de transacties uit. Het hof van beroep te Antwerpen veroordeelde haar daarom wegens meineed bij een boedelbeschrijving.

Heromschrijving van telastlegging

Voor het Hof van Cassatie wierp de vrouw op dat de appèlrechters de telastlegging ontoelaatbaar hadden gewijzigd. Het hof van beroep had de samenvatting in de dagvaarding immers vervangen door haar letterlijke verklaring uit de notariële akte.

Het Hof van Cassatie oordeelt dat een strafrechter niet gebonden is door de bewoordingen van de akte van aanhangigmaking. De rechter moet het materiële feit juist omschrijven, zolang hij de verweten gedraging zelf niet vervangt door een ander feit. Zolang de verdediging de kans krijgt standpunt in te nemen over de herkwalificatie, schendt die aanpassing het recht van verdediging niet.

Reikwijdte van de eed

De verdediging betoogde daarnaast dat de eed bij een boedelbeschrijving niet slaat op discussies over de herkomst of eigendom van gelden. Die discussies horen volgens haar thuis voor de burgerlijke familierechter bij de latere vereffening en verdeling.

Het Hof verwerpt die redenering. Een boedelbeschrijving moet een getrouw beeld geven van alle baten en lasten van de gemeenschap. Wanneer de herkomst van gelden bepaalt of die tot het eigen dan wel tot het gemeenschappelijk vermogen behoren, heeft die oorsprong een rechtstreekse invloed op de omvang van de boedel. Een echtgenoot die deze informatie doelbewust verzwijgt en toch zweert niets te hebben verduisterd, maakt zich schuldig aan meineed.

Echtgenoten en erfgenamen kunnen bij een notariële boedelbeschrijving niet schuilen achter het argument dat herkomstkwesties pas later bij de vereffening-verdeling worden beslecht. Wie relevante vermogensverschuivingen bewust verzwijgt en vervolgens de eed aflegt, riskeert een correctionele veroordeling wegens meineed.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Cass. 13 oktober 2026, nr. P.26.0735.N. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.