Verzoekers bij Grondwettelijk Hof moeten discriminatiegrieven concreet onderbouwen

Het Grondwettelijk Hof verklaart een vernietigingsberoep tegen de wet houdende diverse bepalingen van 18 december 2025 klaarblijkelijk niet-ontvankelijk. Een loutere verwijzing naar grondwetsartikelen zonder vergelijkbare categorieën te noemen volstaat niet.

a man sitting on a bench in front of a building

Foto: Colin Lloyd (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Het Grondwettelijk Hof heeft het vernietigingsberoep van een burger tegen artikel 103 van de wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen afgewezen. De verzoekende partij had eerder al een gelijkaardig beroep zien stranden wegens onduidelijkheid. Ook in deze tweede poging vermeldde het verzoekschrift enkel de artikelen 10 en 172 van de Grondwet, zonder te verduidelijken welke groepen ongelijk behandeld zouden worden. Omdat de grieven niet met de vereiste precisie zijn geformuleerd, is het beroep klaarblijkelijk niet-ontvankelijk.

Bron: GwH 1 oktober 2026, nr. 118/2026. (opent in nieuw tabblad)

Wie een wet wil laten vernietigen, moet in het verzoekschrift nauwkeurig uiteenzetten welke normen zijn geschonden en waarom. Het Grondwettelijk Hof (GwH) heeft een vernietigingsberoep tegen artikel 103 van de wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen zonder inhoudelijke behandeling van tafel geveegd.

De verzoeker stapte op 22 juni 2026 naar het GwH om de bewuste wetsbepaling aan te vechten. Het was al zijn tweede poging, nadat het Hof op 24 september 2026 in een vorig arrest een nagenoeg identiek beroep klaarblijkelijk niet-ontvankelijk had verklaard wegens een gebrek aan duidelijke middelen.

In zijn nieuwe verzoekschrift verwees de man weliswaar naar de artikelen 10 en 172 van de Grondwet. Toch liet hij na om te specificeren waarin de beweerde discriminatie bestond, en welke categorieën van personen met elkaar vergeleken moesten worden.

Volgens artikel 6 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 moet een verzoekschrift de middelen ondubbelzinnig omschrijven. Het Hof benadrukt dat deze regel essentieel is om de juiste draagwijdte van het beroep te bepalen en om de tegenpartij een eerlijke kans op tegenspraak te bieden.

Dit arrest herinnert procespartijen eraan dat het inroepen van het gelijkheidsbeginsel bij het Grondwettelijk Hof een strikte motivering vereist. Zonder een concrete omschrijving van de ongelijke behandeling en de betrokken categorieën wordt een verzoekschrift door de beperkte kamer onverbiddelijk geweerd.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: GwH 1 oktober 2026, nr. 118/2026. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.