Veroordeelden tot politiestraf vóór september 2026 betalen geen Slachtofferfonds

Een beklaagde die in juli 2026 werd veroordeeld tot twee politiegeldboetes van 25 euro hoeft daarvoor geen bijdrage aan het Slachtofferfonds te betalen. De verruiming naar alle hoofdstraffen trad immers pas op 1 september 2026 in werking.

Statue of justice, gavel, and open book on table

Foto: Sasun Bughdaryan (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Wie vóór 1 september 2026 door een strafrechter is veroordeeld tot een politiestraf, kan niet worden verplicht tot het betalen van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Dat heeft het Hof van Cassatie geoordeeld. De wet die de verplichte bijdrage uitbreidde naar iedere hoofdstraf trad pas samen met het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 in werking. Een vonnis uit juli 2026 dat naast een correctionele boete van 60 euro ook bij twee politiegeldboetes van 25 euro telkens een bijdrage aan het fonds oplegde, is daarom gedeeltelijk vernietigd.

Bron: Cass. 13 oktober 2026, nr. 26/CAS/0619. (opent in nieuw tabblad)

Tot de invoering van het nieuwe Strafwetboek kon een bijdrage aan het Slachtofferfonds uitsluitend worden opgelegd bij een criminele of correctionele hoofdstraf. Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat de uitbreiding van die verplichting naar alle hoofdstraffen pas effectief van kracht werd op 1 september 2026. Een beklaagde die in juli 2026 tot twee politiegeldboetes van 25 euro werd veroordeeld, ontsnapt daardoor aan een meervoudige heffing.

De correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, veroordeelde een vrouw op 15 juli 2026 tot een correctionele geldboete van 60 euro, te verhogen met de opdeciemen. Daarnaast sprak de rechtbank voor twee andere feiten telkens een geldboete uit van 25 euro, wat naar toenmalig recht gold als een politiestraf.

De rechtbank verplichtte de beklaagde om voor elk van de drie uitgesproken geldboetes een afzonderlijke bijdrage te betalen aan het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en de occasionele redders. De veroordeelde vocht die drievoudige heffing met succes aan voor het Hof van Cassatie.

Uitstel van inwerkingtreding

Het Hof van Cassatie brengt in herinnering dat de bijdrage aan het Slachtofferfonds geen straf is, maar een financiële maatregel met een eigen karakter. De verplichting moet daarom worden getoetst aan de regelgeving die van kracht was op het exacte ogenblik van de uitspraak.

Artikel 29 van de wet van 1 augustus 1985 beperkte de bijdrage voorheen uitdrukkelijk tot veroordelingen tot een criminele of correctionele hoofdstraf. Een harmonisatiewet van 3 maart 2026 schrapte die beperking weliswaar, maar een opvolgende wet van 30 maart 2026 koppelde de inwerkingtreding daarvan vast aan de invoering van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026.

Omdat het bestreden vonnis dateerde van 15 juli 2026, gold op dat moment nog de oude regeling. Aangezien de geldboetes van 25 euro geen criminele of correctionele hoofdstraffen waren, mocht de rechter daar geen afzonderlijke bijdrage aan het fonds aan koppelen.

Voor vonnissen en arresten die dateren van vóór 1 september 2026 blijft een veroordeling tot een politiestraf uitgesloten van de verplichte bijdrage aan het Slachtofferfonds. Strafpleiters en rechters moeten bij de afhandeling van oudere dossiers alert blijven op deze overgangsdatum om onverschuldigde heffingen te vermijden.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Cass. 13 oktober 2026, nr. 26/CAS/0619. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.