VreemdelingenrechtAsiel

Verminderde mobiliteit rechtvaardigt subsidiaire bescherming voor Afghaan, oordeelt RvV

Een Afghaanse man met een beenlengteverschil van zes centimeter krijgt alsnog bescherming in België. Zijn verminderde mobiliteit maakt hem volgens de rechter extra kwetsbaar voor willekeurig geweld.

a person holding a crutch and walking cane

Foto: Towfiqu barbhuiya (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kent de subsidiaire beschermingsstatus toe aan een Afghaanse man uit de provincie Nangarhar die kampt met ernstige beenletsels en een loopbeperking. Hoewel het niveau van willekeurig geweld in de regio op zichzelf niet uitzonderlijk hoog is, brengt zijn fysieke handicap mee dat hij minder weerbaar is en in noodsituaties niet kan wegvluchten voor geweld. Het asielbestuur had die kwetsbaarheid ten onrechte geminimaliseerd door te stellen dat de man op steun van familieleden kon rekenen.

Bron: RvV 31 augustus 2026, nr. 352.121. (opent in nieuw tabblad)

Een Afghaanse asielzoeker met een beenlengteverschil van zes centimeter en ernstige mobiliteitsproblemen heeft recht op subsidiaire bescherming. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) oordeelt dat zijn lichamelijke beperking hem bij willekeurig geweld in Afghanistan extra kwetsbaar maakt.

De Afghaanse man diende eind 2021 een verzoek om internationale bescherming in. Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) weigerde hem zowel de vluchtelingenstatus als de subsidiaire beschermingsstatus, omdat zijn individuele vluchtrelaas over gedwongen rekrutering door de taliban ongeloofwaardig werd geacht en hij een vrees wegens verwestering niet hard kon maken.

Eerder had de RvV die eerdere weigering al vernietigd omdat het asielbestuur geen rekening had gehouden met de ernstige verwondingen aan het rechterbeen van de man. Na een nieuw gehoor handhaafde het CGVS zijn weigering. Het bestuur stelde dat de man tijdens zijn vluchtroute had kunnen rennen voor de politie en dat hij in zijn herkomstprovincie Nangarhar op de hulp van zijn oom kon rekenen.

Beperkte vluchtmogelijkheden

De RvV volgt die redenering niet en oordeelt dat het CGVS de fysieke situatie van de man minimaliseert. Uit recente medische verslagen blijkt een beenlengteverschil van zes centimeter, ernstige wekedelenschade en een zenuwaandoening die rennen nagenoeg onmogelijk en uiterst pijnlijk maakt.

Hoewel het willekeurige geweld in Nangarhar op zich niet hoog genoeg is om elke terugkerende burger automatisch te beschermen, weegt de persoonlijke kwetsbaarheid hier door. Doordat de man niet adequaat kan wegvluchten bij incidenten of aanslagen, is hij aanzienlijk minder weerbaar dan andere burgers. De Raad kent hem daarom alsnog de subsidiaire beschermingsstatus toe.

De uitspraak bevestigt dat asielinstanties bij de beoordeling van willekeurig geweld niet enkel naar algemene geweldscijfers mogen kijken. Zelfs in gebieden waar het conflict luwt, kan een fysieke beperking die de vluchtkansen vermindert volstaan om subsidiaire bescherming te verkrijgen.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvV 31 augustus 2026, nr. 352.121. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.