Verkeersrecidivist krijgt effectieve celstraf zonder expliciet onderzoek naar alternatieven

Een bestuurder met elf eerdere verkeersveroordelingen verzette zich tegen zes maanden effectieve gevangenisstraf. Hij vond dat de rechter eerst alternatieven zoals elektronisch toezicht of een werkstraf had moeten onderzoeken.

car on road during daytime

Foto: Sander Jeurissen (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Het Hof van Cassatie oordeelt dat een strafrechter een beklaagde tot een effectieve celstraf mag veroordelen zonder afzonderlijk te onderzoeken of hij aan de voorwaarden voor een werkstraf, probatiestraf of elektronisch toezicht voldoet. Wanneer de rechter omstandig motiveert dat de maatschappij alleen met een effectieve gevangenisstraf kan worden beschermd en dat alternatieven het strafdoel niet kunnen bereiken, is aan de wettelijke motiveringsplicht voldaan. De zaak draaide rond een hardleerse bestuurder met elf verkeersveroordelingen die ondanks een levenslang rijverbod achter het stuur kroop.

Bron: Cass. 13 oktober 2026, nr. 26/CAS/0508. (opent in nieuw tabblad)

Wanneer een strafrechter een effectieve gevangenisstraf oplegt, verplicht de wet hem te verantwoorden waarom alternatieven zoals een werkstraf of elektronisch toezicht niet volstaan. Het Hof van Cassatie verduidelijkt nu hoe ver die motiveringsplicht reikt bij een hardleerse verkeersovertreder die naar het buitenland was uitgeweken.

De beklaagde werd door de correctionele rechtbank Leuven in hoger beroep veroordeeld tot zes maanden effectieve celstraf, een geldboete en een levenslang verval van het recht tot sturen. Hij had een voertuig bestuurd hoewel hem eerder al een levenslang rijverbod was opgelegd.

In cassatie voerde de man aan dat het vonnis onvoldoende gemotiveerd was. Volgens artikel 7, paragraaf 3 van het oude Strafwetboek moet de rechter immers uitleggen waarom de doelen van de bestraffing niet bereikt kunnen worden via elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf. De Leuvense rechters hadden volgens hem nagelaten te onderzoeken of hij überhaupt aan de voorwaarden voor die alternatieve straffen voldeed.

Bescherming van de maatschappij

Het Hof van Cassatie verwerpt die kritiek. De appelrechters hadden in hun beslissing immers uitdrukkelijk gewezen op het zware strafrechtelijke verleden van de man, die al elf eerdere verkeersveroordelingen op zijn naam had staan. Bovendien was hij intussen naar Brazilië verhuisd zonder de intentie te hebben om ooit terug te keren naar België, en toonde hij zich hardleers door de regelgeving stelselmatig naast zich neer te leggen.

Door te motiveren dat de samenleving afdoende tegen dit gedrag beschermd moet worden en dat de strafdoelen alleen via een effectieve gevangenisstraf bereikt kunnen worden, gaven de rechters voldoende te kennen dat alternatieven ontoereikend waren. In die omstandigheden was de rechtbank niet meer verplicht om de specifieke voorwaarden voor een werkstraf of enkelband puntsgewijs te onderzoeken.

Voor strafrechtadvocaten en magistraten bevestigt het arrest dat een rechter de wettelijke voorwaarden voor alternatieve straffen niet expliciet hoeft af te vinken, zolang uit het vonnis duidelijk en concreet blijkt waarom uitsluitend een effectieve celstraf volstaat om de maatschappij te beschermen.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Cass. 13 oktober 2026, nr. 26/CAS/0508. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.