StrafrechtStraffen & straftoemetingBurgerlijk rechtHuur

Verhuurders van niet-conforme woning ontlopen bijkomende hoofdstraf

Een verhuurder en zijn vennootschap kregen voor het verhuren van een krotwoning geen bijkomende gevangenisstraf of geldboete wegens eerdere veroordelingen. Wel moeten zij 5.000 euro aan huurgelden inleveren.

black metal framed glass door

Foto: Aman Upadhyay (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De correctionele rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen heeft een verhuurder en diens vennootschap schuldig bevonden aan het gewoontegetrouw verhuren van een niet-conforme woning. Omdat de feiten nauw aansloten bij een eerdere veroordeling uit maart 2026 en het pand inmiddels hersteld is, legde de rechtbank wegens eenheid van opzet geen bijkomende hoofdstraf op. Wel werd de verbeurdverklaring van de huurinkomsten uitgesproken, zij het gematigd van de gevorderde 9.100 euro tot 5.000 euro. De herstelvordering van de wooninspecteur werd zonder voorwerp verklaard.

Bron: Rb. Oost-Vl. 26 oktober 2026, nr. anonymised. (opent in nieuw tabblad)

Twee verhuurders die dertien maanden lang een krotwoning verhuurden tegen 700 euro per maand, hoeven geen extra straf uit te zitten of te betalen. De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen oordeelde dat de inbreuken voortvloeiden uit eenzelfde misdadig opzet als een eerdere veroordeling, maar legde de vennootschap wel een verbeurdverklaring van 5.000 euro op.

De inspectiediensten van het Agentschap Wonen in Vlaanderen stelden vast dat het verhuurde pand ernstige gebreken vertoonde inzake veiligheid, gezondheid en basiskwaliteit. De huurder betaalde tussen november 2022 en november 2023 maandelijks 700 euro huur, goed voor een totale huuropbrengst van 9.100 euro. Omdat de gebreken bekend waren en de verhuur bleef duren, achtte de rechtbank ook de verzwarende omstandigheid van gewoonte bewezen.

Toch sprak de rechtbank geen nieuwe hoofdgevangenisstraf of geldboete uit. De feiten sloten immers nauw aan bij eerdere inbreuken waarvoor de beklaagden in maart 2026 al definitief veroordeeld waren. De rechter oordeelde dat er sprake was van eenheid van opzet en paste artikel 65 van het Strafwetboek toe. Omdat het pand intussen volledig in orde werd gebracht en door het tijdsverloop, achtte de rechtbank een bijkomende bestraffing niet opportuun.

Matiging verbeurdverklaring

Het openbaar ministerie vorderde daarnaast de verbeurdverklaring van de volledige huurinkomsten van 9.100 euro. Hoewel de rechtbank beklemtoonde dat verhuurders niet mogen profiteren van onwettige opbrengsten, vond ze de integrale confiscatie in dit geval onevenredig zwaar.

Met toepassing van de wettelijke matigingsbevoegdheid herleidde de rechter het verbeurdverklaarde bedrag ten laste van de vennootschap tot 5.000 euro. De afzonderlijke herstelvordering van de Vlaamse wooninspecteur werd zonder voorwerp verklaard, aangezien de woning inmiddels aan alle kwaliteitsnormen voldeed.

Wie een niet-conforme woning verhuurt en die later regulariseert, kan bij eenheid van opzet met eerdere feiten ontsnappen aan een bijkomende hoofdstraf. Wel toont dit vonnis dat de strafrechter de geïnde huurgelden als vermogensvoordeel kan afromen, al behoudt hij de bevoegdheid om die verbeurdverklaring te matigen als de totale sanctie onredelijk zwaar zou uitvallen.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Rb. Oost-Vl. 26 oktober 2026, nr. anonymised. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.