Verhuurder verliest huurinkomsten en riskeert sloop van kantoorkamers

Een verhuurder van twee gevaarlijke krotkamers moet 23.300 euro aan huurgelden inleveren en het pand binnen het jaar slopen of herbestemmen.

Interior room under construction with exposed framing and ceiling

Foto: Olek Buzunov (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel heeft een verhuurder veroordeeld wegens het verhuren van twee onbewoonbare kamers en wegens milieu-inbreuken rond een illegale garage met een verweerd asbestdak. De rechtbank verklaarde 23.300 euro aan illegale huuropbrengsten verbeurd en legde geldboetes op van in totaal 8.000 euro. Daarnaast kende de rechter de herstelvordering van de Vlaamse Wooninspecteur toe: de eigenaar moet het kantoorpand binnen twaalf maanden slopen of herbestemmen, op straffe van een dwangsom tot 200.000 euro. De rechtbank verduidelijkt dat die herstelplicht op de dader blijft rusten, ook al is het pand inmiddels onderhands verkocht.

Bron: Rb. Brussel (Nl.) 21 augustus 2026, nr. anonymised. (opent in nieuw tabblad)

Verhuurders die kantoorpanden illegaal opsplitsen in onbewoonbare kamers riskeren de volledige inbeslagname van hun huurinkomsten en een verplichte afbraak van het pand. Dat blijkt uit een vonnis van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, waarin een eigenaar van twee krotkamers werd veroordeeld tot boetes, een herstelmaatregel onder dwangsom en de verbeurdverklaring van 23.300 euro aan ontvangen huurgelden.

Bij een controle door de inspectie van het agentschap Wonen in Vlaanderen en de lokale politie bleek een als bureau vergund kantoorgebouw opgedeeld in twee kamerwoningen. De inspecteurs stelden in elke kamer meer dan twintig gebreken vast, waaronder ernstige risico's op elektrocutie via doorweekte muren, CO-vergiftiging en zware schimmelvorming. De kamers werden verhuurd aan kwetsbare buitenlandse werknemers voor respectievelijk 500 en 300 euro per maand.

Daarnaast stelde de milieudienst vast dat op dezelfde site en op een aanpalend perceel illegale autoherstelplaatsen actief waren. De eigenaar negeerde herhaaldelijk bestuurlijke aanmaningen om de activiteiten te regulariseren en om een sterk verweerd asbestdak met losse vezelbundels te saneren.

Herstelplicht blijft kleven

Voor de correctionele rechtbank voerde de eigenaar aan dat hij niet de opzet had om zijn huurders te benadelen, dat de toestand al bestond bij aankoop in 2010 en dat het pand inmiddels onderhands verkocht was. De rechtbank verwierp die argumenten. Voor een inbreuk op de Vlaamse Codex Wonen volstaat bewuste nalatigheid. Een verhuurder mag kwetsbare huurders niet blootstellen aan mensonwaardige omstandigheden.

De rechtbank benadrukte voorts dat de herstelvordering van de Vlaamse Wooninspecteur een zakelijk karakter heeft. De herstelplicht kleeft aan het onroerend goed en blijft rusten op de overtreder, ongeacht of het pand intussen leegstaat of wordt verkocht. Omdat de woonfunctie nooit vergund was, kan de toestand niet simpelweg geregulariseerd worden met enkele herstellingswerken. De rechtbank beval daarom de sloop of een volledige herbestemming conform de stedenbouwkundige voorschriften binnen twaalf maanden.

Verhuurders van mensonwaardige of niet-vergunde woonentiteiten kunnen zich niet verschuilen achter een nakende verkoop om aan herstel te ontsnappen. Wie ongeschikte kamers verhuurt, riskeert niet alleen een strafrechtelijke geldboete, maar ook de integrale verbeurdverklaring van alle ontvangen huurgelden en een verplichting tot herbestemming of afbraak onder dwangsom.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Rb. Brussel (Nl.) 21 augustus 2026, nr. anonymised. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.