Verblijfsrecht na toelatingsexamen: voorbereidend secundair jaar volstaat niet
Een Kameroense studente die na een mislukt universitair toelatingsexamen een zevende jaar secundair onderwijs aanvatte, moet België verlaten. Volgens de RvV geeft enkel een inschrijving in het hoger onderwijs recht op studentenverblijf.
Foto: Ivan Aleksic (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) verwerpt het beroep van een Kameroense studente tegen een bevel om het grondgebied te verlaten. De vrouw reisde met een D-visum naar België om deel te nemen aan het toelatingsexamen arts-tandarts aan de Universiteit van Luik. Nadat zij niet slaagde, schreef zij zich in voor een voorbereidend zevende jaar secundair onderwijs en vroeg zij een studentenverblijf aan. De Raad bevestigt dat de Verblijfswet het studentenstatuut strikt voorbehoudt aan hoger onderwijs. Omdat haar visum was verstreken en een geldig inschrijvingsbewijs voor het hoger onderwijs ontbrak, was het bevel om het grondgebied te verlaten wettig.
Bron: RvV 31 augustus 2026, nr. 352.114. (opent in nieuw tabblad)
Buitenlandse studenten die naar België komen om deel te nemen aan een universitair toelatingsexamen, kunnen bij een mislukking niet zomaar overschakelen naar een voorbereidend jaar in het secundair onderwijs. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) bevestigt dat dergelijke studies buiten het wettelijke kader voor studentenverblijf vallen. Een bevel om het grondgebied te verlaten is in dat geval het rechtstreekse gevolg van de wet.
Een vrouw van Kameroense nationaliteit reisde op 20 augustus 2025 naar België met een visum met code B41, specifiek toegekend om deel te nemen aan het toelatingsexamen voor geneeskunde en tandheelkunde aan de Universiteit van Luik. De geldigheidsduur van dit visum liep af op 16 december 2025.
Nadat zij niet slaagde voor het toelatingsexamen, schreef de vrouw zich in voor een zevende voorbereidend jaar secundair onderwijs aan het Athénée Robert Catteau in Brussel. Op basis van die inschrijving vroeg zij bij het gemeentebestuur een machtiging tot verblijf als student aan. De Dienst Vreemdelingenzaken wees die aanvraag op 3 april 2026 af en kende haar een bevel toe om het grondgebied te verlaten.
Enkel hoger onderwijs telt
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) brengt in herinnering dat artikel 58 van de Verblijfswet het toepassingsgebied van het studentenstatuut uitdrukkelijk beperkt tot hoger onderwijs dat leidt tot de niveaus 5 tot en met 8 van de kwalificatiestructuur. Secundaire studies, zelfs in de vorm van een voorbereidend zevende jaar, vallen daar niet onder.
Zodra een derdelandsstudent geen inschrijvingsbewijs van een erkende instelling voor hoger onderwijs kan voorleggen en het oorspronkelijke visum is verstreken, schrijft het Vreemdelingenbesluit dwingend voor dat een bevel om het grondgebied te verlaten moet worden betekend.
De studente beriep zich daarnaast tevergeefs op het hoorrecht en de kennisgevingsprocedure bij de beëindiging van verblijf. Volgens de RvV was die waarborg niet van toepassing, omdat de vrouw nooit een definitief verblijfsrecht van meer dan drie maanden had verworven. Bij haar eigen aanvraag had zij bovendien alle dienstige stukken kunnen overleggen, terwijl haar korte verblijf sinds augustus 2025 onvoldoende was om een beschermenswaardig privéleven op te bouwen dat een terugkeer in de weg staat.
De uitspraak verduidelijkt dat een voorbereidend D-visum voor toelatingsexamens strikt afhankelijk blijft van het slagen en de daaropvolgende inschrijving in het hoger onderwijs. Wie niet slaagt en overstapt naar een voorbereidend secundair jaar, voldoet niet aan de wettelijke toelatingsvoorwaarden en kan geen aanspraak maken op een studentenstatus.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvV 31 augustus 2026, nr. 352.114. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.