Uitzendbureaus kunnen worden uitgesloten van werkvergunningen voor derdelanders
Een Roemeens uitzendbureau mocht geen werkvergunning aanvragen voor een werknemer uit Sri Lanka. Volgens advocaat-generaal Rimvydas Norkus verzet de Europese uitzendrichtlijn zich niet tegen een dergelijk nationaal verbod.
Foto: Cemrecan Yurtman (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Lidstaten mogen eisen dat alleen werkgevers die zelf de reële bedrijfsactiviteit uitoefenen een werkvergunning kunnen aanvragen voor werknemers van buiten de Europese Unie. Dat stelt advocaat-generaal Rimvydas Norkus in zijn conclusie bij het Hof van Justitie in een Roemeense zaak. Hoewel een dergelijk vereiste uitzendkantoren de facto uitsluit van het werven van derdelanders als uitzendkracht, valt de toelating tot de arbeidsmarkt onder het nationale migratiebeleid. Zelfs als er sprake is van een beperking onder de uitzendrichtlijn, kan die gerechtvaardigd worden ter bestrijding van misbruik en uitbuiting.
Bron: HvJ 5 november 2026, nr. C-544/25. (opent in nieuw tabblad)
Mag een lidstaat bepalen dat enkel werkgevers die zelf de materiële bedrijfsactiviteit verrichten een werkvergunning voor derdelanders mogen aanvragen, waardoor uitzendbureaus buiten spel komen te staan? Die vraag ligt voor aan het Hof van Justitie (HvJ) na een weigering van de Roemeense immigratiedienst om een werkvergunning af te leveren aan een uitzendkantoor voor een Srilankaanse werkkracht. Advocaat-generaal Rimvydas Norkus concludeert op 5 november 2026 dat het Unierecht zich niet tegen een dergelijke nationale regeling verzet.
De zaak draait rond het Roemeense uitzendbureau ACC Business Development SRL. De onderneming vroeg in november 2024 een werkvergunning aan om een staatsburger uit Sri Lanka in dienst te nemen en ter beschikking te stellen aan een bedrijf in de verwerkende industrie. De Roemeense immigratiedienst wees die aanvraag af omdat het uitzendkantoor zelf geen industriële productie verricht, wat volgens de nationale regels een uitdrukkelijke voorwaarde is voor de vergunning.
De bevoegde Roemeense rechter vroeg het HvJ vervolgens of deze uitsluiting verenigbaar is met Richtlijn 2008/104/EG betreffende uitzendarbeid. Die richtlijn verbiedt immers ongerechtvaardigde beperkingen op de inzet van uitzendkrachten.
Bescherming tegen uitbuiting
Advocaat-generaal Norkus stelt vast dat de voorwaarden voor toelating tot de nationale arbeidsmarkt in beginsel niet onder het toepassingsgebied van de uitzendrichtlijn vallen. De Europese wetgever heeft de voorwaarden voor het verkrijgen van werk- en verblijfsvergunningen immers overgelaten aan het nationale recht en de specifieke migratierichtlijnen, zoals de herziene richtlijn voor de gecombineerde vergunning. Zolang een derdelander nog geen toegang heeft tot de arbeidsmarkt, is hij juridisch gezien nog geen uitzendkracht onder de uitzendrichtlijn.
Zelfs wanneer de nationale regeling als een beperking van uitzendarbeid wordt beschouwd, acht de advocaat-generaal deze legitiem. De Roemeense overheid beroept zich op zwaarwegende redenen van algemeen belang, zoals het vermijden van schijnconstructies, het controleren van de daadwerkelijke tewerkstelling en het tegengaan van zwartwerk en uitbuiting van kwetsbare migranten. Het vereiste dat de vergunningaanvrager zelf de werkgever en toezichthouder op de werkvloer is, lijkt volgens de advocaat-generaal geschikt en evenredig om die doelen te bereiken.
Als het Hof van Justitie deze conclusie volgt, behouden de lidstaten ruime beleidsruimte om de toegang van derdelanders tot de uitzendsector aan banden te leggen. Uitzendorganisaties kunnen in landen met een dergelijk direct tewerkstellingsvereiste geen derdelanders van buiten de Unie naar hun markt halen, tenzij die personen al over een autonome arbeidskaart of verblijfsvergunning beschikken.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: HvJ 5 november 2026, nr. C-544/25. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.