Uitvoerende rechters mogen overlevering niet weigeren om onevenredige straf
Een man kreeg in Roemenië zeven jaar cel voor de invoer van drie gram cannabis en vier xtc-pillen. Toch mag de overlevering niet worden geweigerd wegens een onevenredige strafmaat.
Foto: Sasun Bughdaryan (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een uitvoerende rechter een Europees aanhoudingsbevel niet mag weigeren louter omdat de opgelegde buitenlandse straf onevenredig zwaar lijkt in vergelijking met het eigen recht. Zelfs wanneer een lidstaat een minimumstraf van zeven jaar oplegt voor de invoer van een minieme hoeveelheid drugs voor persoonlijk gebruik, moet de overlevering doorgaan. Een weigering kan enkel als sprake is van structurele gebreken die het evenredigheidsbeginsel kennelijk en ernstig schenden én er geen rechtsmiddelen bestaan.
Bron: HvJ 3 november 2026, nr. C-583/24. (opent in nieuw tabblad)
Mogen rechters de overlevering van een veroordeelde weigeren wanneer de opgelegde buitenlandse straf naar eigen maatstaven buitensporig hoog lijkt? Het Hof van Justitie oordeelt dat een verschil in strafmaat op zich geen reden kan zijn om een Europees aanhoudingsbevel naast zich neer te leggen, ook niet wanneer zeven jaar cel dreigt voor drie gram cannabis.
De zaak draait om een man die in Roemenië onherroepelijk werd veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf. Hij had samen met zijn echtgenote drie gram cannabis en vier MDMA-pillen ingevoerd voor haar persoonlijk medicinaal gebruik. De Roemeense wet legde voor dat misdrijf een dwingende minimumstraf van zeven jaar op. In Nederland, waar de man verbleef, staat op dezelfde feiten een celstraf van amper één tot drie weken.
Toen Roemenië een Europees aanhoudingsbevel uitvaardigde, verzette de man zich voor de rechtbank Amsterdam tegen zijn overlevering. Hij voerde aan dat een celstraf van zeven jaar voor een minieme hoeveelheid verdovende middelen manifest onevenredig is en indruist tegen artikel 49, lid 3 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De Amsterdamse rechter vroeg het Hof van Justitie of de overlevering op die grond kon worden geweigerd.
Geen algemene controle
Het Hof van Justitie (HvJ) brengt in herinnering dat het stelsel van het Europees aanhoudingsbevel steunt op wederzijds vertrouwen en wederzijdse erkenning. Het toezicht op de grondrechten berust in de eerste plaats bij de lidstaat die het aanhoudingsbevel uitvaardigt. Uitvoerende rechters mogen hun eigen strafmaat niet in de plaats stellen van die van een andere lidstaat.
Een weigering wegens schending van het evenredigheidsbeginsel is enkel mogelijk via de strikte tweestappentoets. De uitvoerende rechter moet eerst objectieve gegevens hebben die aantonen dat het rechtssysteem van de uitvaardigende staat structurele of fundamentele gebreken vertoont die het evenredigheidsbeginsel kennelijk en ernstig schenden. Pas wanneer zulke systeemgebreken vaststaan, mag de rechter nagaan wat de gevolgen zijn voor de betrokkene.
Van zo'n kennelijke en ernstige schending is volgens het Hof pas sprake als een wet leidt tot straffen die neerkomen op onmenselijke of vernederende behandelingen, of wanneer de rechter ter plaatse volstrekt geen ruimte heeft om de straf af te stemmen op de ernst van de feiten én er geen effectieve rechtsmiddelen openstaan. Aangezien het Roemeense recht wel degelijk voorziet in strafverminderingsgronden en rechtsmiddelen, was van zulke structurele gebreken geen sprake.
Uitvoerende rechters mogen de overlevering van een gezochte persoon niet blokkeren louter omdat de buitenlandse straf naar nationale normen buitensporig streng uitvalt. Zolang het buitenlandse rechtssysteem rechters enige beoordelingsmarge biedt en effectieve rechtsmiddelen openstelt, blijft de uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel verplicht.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: HvJ 3 november 2026, nr. C-583/24. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.