Terugwijzing van Syrisch gezin naar Bulgarije wettig, oordeelt RvV
Een Syrisch gezin met drie minderjarige kinderen moet België verlaten omdat het al bescherming geniet in Bulgarije. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen oordeelt dat het terugkeerbevel wettig is.
Foto: Global Residence Index (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) heeft het beroep verworpen van een Syrisch gezin tegen een bevel om het grondgebied te verlaten. Het gezin geniet al een subsidiaire beschermingsstatus in Bulgarije, waardoor eerdere asielaanvragen in België niet-ontvankelijk waren verklaard. Volgens de Raad heeft de Dienst Vreemdelingenzaken de belangen van de minderjarige kinderen en de aangevoerde medische klachten correct afgewogen. Het gezin kon niet aantonen dat de Bulgaarse gezondheidszorg dermate ontoegankelijk is dat terugkeer leidt tot een schending van het verbod op onmenselijke behandeling.
Bron: RvV 31 augustus 2026, nr. 352.116. (opent in nieuw tabblad)
Mag de overheid een gezin met schoolgaande kinderen verplichten terug te keren naar een andere Europese lidstaat waar zij al bescherming genieten? Die vraag lag voor bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het beroep van een Syrisch gezin van zes personen tegen meerdere bevelen om het grondgebied te verlaten.
Het gezin, bestaande uit twee ouders, een meerderjarige zoon en drie minderjarige kinderen, vroeg in september 2024 internationale bescherming aan in België. Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) verklaarde die aanvragen niet-ontvankelijk, omdat de gezinsleden al een subsidiaire beschermingsstatus hadden verkregen in Bulgarije. Nadat eerdere beroepen daartegen definitief strandden, legde de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) in april 2026 aan elk gezinslid een bevel op om België binnen dertig dagen te verlaten.
Het gezin vocht die verwijderingsbeslissingen aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). De ouders voerden aan dat de overheid onvoldoende rekening hield met het hoger belang van de schoolgaande kinderen en hun integratie in de Belgische samenleving. Daarnaast wezen de moeder en de oudste zoon op ernstige psychologische klachten en trauma's, waarbij zij met verwijzing naar landenrapporten stelden dat de Bulgaarse gezondheidszorg zware tekorten vertoont.
Hoge medische drempel
De Raad verwerpt die bezwaren en oordeelt dat de Dienst Vreemdelingenzaken zijn zorgvuldigheids- en motiveringsplicht niet heeft geschonden. Het belang van de minderjarige kinderen om bij de ouders te blijven en het behoud van de gezinskern staan voorop, en schoolgang op zich blokkeert een terugkeerbeslissing niet. Bovendien bracht het gezin geen concreet bewijs bij van een uitzonderlijke lokale verankering die een terugkeer naar Bulgarije in de weg zou staan.
Ook het medische verweer houdt volgens de Raad geen stand. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hanteert een bijzonder strenge maatstaf: er moet sprake zijn van een reëel risico op een snelle, ernstige en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid door een totaal gebrek aan zorg. Algemene rapporten over structurele tekortkomingen in de Bulgaarse zorg volstaan niet om aan te tonen dat deze gezinsleden er individueel geen adequate medische begeleiding kunnen krijgen.
De uitspraak bevestigt dat wie al een beschermingsstatus bezit in een andere Europese lidstaat, een Belgisch terugkeerbevel slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan laten vernietigen. Wie zich beroept op het kindbelang of psychische aandoeningen, moet concrete en zwaarwichtige individuele bewijzen leveren dat een terugkeer naar die lidstaat leidt tot een verdragsschending.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvV 31 augustus 2026, nr. 352.116. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.