Terugvordering staatssteun mag steunen op vergund watervolume, stelt advocaat-generaal HvJ
Een Deens landbouwbedrijf moet ruim 922.000 Deense kronen staatssteun terugbetalen, hoewel het amper 5 procent van zijn vergunde grondwater oppompte. Volgens advocaat-generaal Biondi schendt de strikte berekeningsmethode van de Europese Commissie het evenredigheidsbeginsel niet.
Foto: Rebekah Hansen (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Nationale autoriteiten mogen bij de terugvordering van onrechtmatige staatssteun niet afwijken van de berekeningsmethode die de Europese Commissie oplegt. Dat concludeert advocaat-generaal Andrea Biondi in een Deense zaak over een heffing op grondwaterwinning. Een landbouwbedrijf meende dat het terug te vorderen bedrag onevenredig hoog was omdat het slechts een fractie van zijn vergunde watervolume had opgepompt. Volgens de advocaat-generaal vloeit het economische voordeel rechtstreeks voort uit het toegekende heffingsplafond op de vergunning, ongeacht het werkelijke waterverbruik.
Bron: HvJ 5 november 2026, nr. C-424/25. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer de Europese Commissie een nationale fiscale regeling aanmerkt als ongeoorloofde staatssteun, rijst geregeld discussie over de precieze berekening van het terug te betalen voordeel. In een Deense zaak verzette een landbouwbedrijf zich tegen een terugvordering van 922.250 Deense kronen, omdat die vordering berekend werd op zijn vergunde watervolume in plaats van op het veel lagere werkelijke verbruik. Advocaat-generaal Andrea Biondi adviseert het Hof van Justitie (HvJ) nu om vast te houden aan de strikte invordering volgens de methode van de Commissie.
Denemarken voerde in 2008 een heffing in op de vergunningen voor grondwaterwinning, waarbij private exploitanten een heffing verschuldigd waren met een vast plafond op 25.000 kubieke meter. De Europese Commissie oordeelde in 2017 dat dit plafond neerkwam op selectieve en onrechtmatige staatssteun. Zij gelastte Denemarken om bij alle houders van grotere vergunningen het verschil terug te vorderen tussen de normale heffing op het vergunde volume en het daadwerkelijk betaalde bedrag.
Het Deense landbouwbedrijf Overgaard Gods beschikte over een vergunning voor 3 miljoen kubieke meter per jaar, maar gebruikte in werkelijkheid slechts zo'n 5 procent daarvan. Het bedrijf voerde aan dat de terugvordering op basis van de vergunning onevenredig was en geen rekening hield met zijn werkelijke economische voordeel, dat volgens eigen berekeningen op amper 28.295 Deense kronen lag. Het Deense milieuagentschap weigerde echter af te wijken van de methode van de Commissie.
Herstel van de mededinging
Advocaat-generaal Biondi stelt voorop dat terugvordering een herstellende maatregel is en geen strafsanctie. De terugbetaling beoogt uitsluitend de concurrentieverhoudingen te herstellen die bestonden vóór de steunmaatregel werd ingevoerd. Nationale overheden en rechters hebben daarom geen beoordelingsmarge om af te wijken van een bindende berekeningsmethode die de Commissie in haar besluit heeft vastgesteld.
Dat het terug te vorderen bedrag aanzienlijk hoger uitvalt dan de economische winst die het bedrijf uit het water haalde, maakt de maatregel volgens de advocaat-generaal niet onevenredig. Het genoten voordeel bestond immers uit de lagere heffing op een waardevolle vergunning met een ruime watercapaciteit. Dat de Deense wetgever ervoor koos om te heffen op basis van vergunningsrechten en niet op werkelijk verbruik, is een nationale fiscale keuze waarvan bij de terugvordering niet selectief kan worden afgeweken.
De conclusie bevestigt dat begunstigden van onwettige staatssteun zich bij de terugvordering niet gemakkelijk kunnen beroepen op het evenredigheidsbeginsel om aan de berekeningsformule van de Europese Commissie te ontsnappen. Ondernemingen die beschikken over ruime vergunningen of fiscale plafonds dragen zelf het financiële risico wanneer die voordelen later onverenigbaar worden verklaard met de interne markt.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: HvJ 5 november 2026, nr. C-424/25. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.