Strafvermindering wegens redelijke termijn: appelrechter mag eerdere straf bevestigen

Een veroordeelde kreeg in hoger beroep dezelfde boete en hetzelfde rijverbod, ondanks een vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat strafvermindering wordt berekend op basis van wat de appelrechter zélf voor ogen had.

a person holding the steering wheel of a car

Foto: Vanessa Krebs (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Het Hof van Cassatie oordeelt dat een appelrechter een overschrijding van de redelijke termijn mag remediëren door exact dezelfde straf op te leggen als de eerste rechter. Een reële strafvermindering wordt immers niet afgemeten aan het eerdere vonnis, maar aan de hypothetische straf die de appelrechter zónder de procedurele vertraging passend zou hebben geacht. Daarnaast verduidelijkt het Hof dat de rechter niet uitdrukkelijk hoeft te motiveren over de ongewenste neveneffecten van een straf, tenzij de beklaagde die uitdrukkelijk in formele conclusies heeft opgeworpen; een vermelding op het grievenformulier volstaat daarvoor niet.

Bron: Cass. 13 oktober 2026, nr. P.26.0635.N. (opent in nieuw tabblad)

Wanneer een strafproces onredelijk lang aansleept, moet de rechter die vertraging compenseren met strafvermindering. Maar kan een appelrechter die zo'n overschrijding vaststelt, tegelijk de geldboete en het rijverbod uit eerste aanleg integraal bevestigen? Het Hof van Cassatie oordeelt dat dit perfect verzoenbaar is.

De zaak draaide rond een beklaagde die door de correctionele rechtbank te Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, werd veroordeeld tot een geldboete en een rijverbod met gedeeltelijk uitstel. De appelrechters stelden vast dat de redelijke termijn voor de rechtspleging was overschreden, maar handhaafden toch exact dezelfde bestraffing als de politierechter in eerste aanleg.

De beklaagde stapte naar het Hof van Cassatie en betoogde dat die motivering innerlijk tegenstrijdig was. Volgens de verdediging kon er immers geen sprake zijn van een daadwerkelijke en controleerbare strafvermindering als de uiteindelijke straf niet lager uitvalt dan het oorspronkelijke vonnis.

Fictieve maatstaf

Het Hof van Cassatie verwerpt die stelling. Volgens artikel 27 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering moet de rechter bij een overschrijding van de redelijke termijn de straf verminderen, maar het ijkpunt daarvoor is niet de straf die de eerste rechter oplegde.

De toetssteen is uitsluitend de straf die de appelrechters zelf zouden hebben uitgesproken indien de procedure niet te lang had geduurd. Indien de appelrechter zonder de vertraging een zwaardere sanctie passend had geacht, kan het overnemen van de initiële straf wel degelijk een effectieve vermindering inhouden.

De eiser voerde daarnaast aan dat de rechtbank geen rekening had gehouden met de ongewenste neveneffecten van de straf op zijn professionele werkzaamheden. Ook dat argument faalt. Het Hof oordeelt dat artikel 7, § 2, derde lid, van het oude Strafwetboek de rechter weliswaar opdraagt om zulke effecten af te wegen, maar geen ambtshalve motiveringsplicht oplegt.

Pas wanneer een beklaagde in een regelmatig neergelegde conclusie uitdrukkelijk op die specifieke neveneffecten wijst, moet de rechter dat verweer gemotiveerd beantwoorden. Een loutere opmerking op het grievenformulier bij het instellen van het hoger beroep volstaat volgens het Hof niet.

Voor strafpleiters bevestigt het arrest dat een loutere opmerking in het grievenformulier niet volstaat om de rechter te verplichten tot motivering over nadelige gevolgen van een straf; dat vereist een formeel conclusieakkoord. Tegelijk toont de uitspraak dat het aanvechten van een bevestigde straf na een termijnoverschrijding in cassatie weinig kans maakt zolang de appelrechter motiveert vanuit zijn eigen autonome strafmaat.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Cass. 13 oktober 2026, nr. P.26.0635.N. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.