Internationaal en Europees rechtEuropees ambtenarenrecht

Selectieprocedure bij FEI: afwijzing mannelijke kandidaat wettig

Een mannelijke leidinggevende bij het FEI greep naast een promotie naar een van de negentien nieuwe posten van afdelingshoofd en voerde genderdiscriminatie aan. Het Gerecht oordeelt dat louter de betere scores van de vrouwelijke kandidate de doorslag gaven.

man sitting on chair inside room

Foto: Timon Studler (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Het Gerecht van de Europese Unie verwerpt het beroep van een mannelijke personeelsfunctionaris die de benoeming van een vrouwelijke collega tot afdelingshoofd bij het Europees Investeringsfonds (FEI) aanvocht. De verzoeker beriep zich tevergeefs op genderdiscriminatie en beweerde dat de selectiegids het genderevenwicht onwettig liet meewegen. Volgens het Gerecht was het genderelement niet doorslaggevend, maar gaf het feit dat de geselecteerde kandidate betere scores behaalde in het assessmentcenter de doorslag, terwijl het selectiecomité binnen zijn ruime beoordelingsmarge mocht wijzen op werkpunten in de leiderschapsstijl van de man.

Bron: Ger.EU 21 oktober 2026, nr. T-519/24. (opent in nieuw tabblad)

Wie een benoeming bij een Europese instelling aanvecht wegens vermeende bevoordeling op basis van gender, moet aantonen dat het geslacht ook effectief de doorslag gaf. Het Gerecht van de Europese Unie wijst het beroep af van een mannelijke leidinggevende die naast een topfunctie bij het Europees Investeringsfonds greep.

Bij een interne herstructurering schreef het Europees Investeringsfonds (FEI) eind 2023 negentien vacatures uit voor functies als afdelingshoofd. De selectie verliep in twee stappen via een speciale proceduregids, waarbij kandidaten onder meer een onafhankelijk assessmentcenter moesten doorlopen en getoetst werden op genderevenwicht en diversiteit.

De verzoeker, sinds 2008 in dienst en werkzaam als hoofdeenheidshoofd, slaagde voor de proeven en belandde op de reservelijst. Voor de specifieke post koos het selectiecomité echter een vrouwelijke collega, waarna de man naar het Gerecht van de Europese Unie stapte. Hij stelde een exceptie van onwettigheid in tegen de diversiteitsregels in de gids en meende dat zijn kandidatuur door genderdiscriminatie en beoordelingsfouten terzijde was geschoven.

Geen doorslaggevend gendercriterium

Het Gerecht verwerpt de exceptie van onwettigheid als niet-ontvankelijk. De man slaagde immers voor de voorselectie en belandde effectief op de reservelijst, waardoor de richtsnoeren hem niet hebben benadeeld. Bovendien bleek uit het dossier dat het geslacht bij de uiteindelijke toewijzing niet als doorslaggevend breekijzer diende: de geselecteerde kandidate had voor meerdere getoetste competenties simpelweg betere scores behaald in het assessmentcenter.

Ook de aangevoerde kennelijke beoordelingsfouten veegt de Europese rechter van tafel. Het selectiecomité beschikt volgens vaste rechtspraak over een ruime beoordelingsmarge om de ervaring en competenties van kandidaten te wegen. Dat het comité de leiderschapsstijl van de afgewezen kandidaat als 'soms te bruusk' omschreef, is volgens het Gerecht niet in tegenspraak met eerdere positieve evaluaties, aangezien die een ander doel dienen dan een vergelijkende wervingsprocedure.

De uitspraak bevestigt dat instellingen en organen van de Europese Unie ruime vrijheid behouden bij het invullen van kaderfuncties. Afgewezen kandidaten moeten harde bewijzen leveren dat een selectiebeslissing manifest onhoudbaar is of dat een diversiteitsbeleid daadwerkelijk tot ongerechtvaardigde bevoordeling heeft geleid.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Ger.EU 21 oktober 2026, nr. T-519/24. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.