Sanctielijst Oekraïne: publicatie van herzieningsbesluit beëindigt stilzitten van Raad

Wie een beroep wegens nalaten instelt tegen de Raad van de Europese Unie over een sanctieherziening, moet de officiële publicaties nauwgezet opvolgen. Het Gerecht van de Europese Unie oordeelt dat een publicatie in het Publicatieblad het stilzitten meteen beëindigt.

row of european union flags

Foto: Guillaume Périgois (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Het Gerecht van de Europese Unie heeft het beroep wegens nalaten van een Oekraïense rector niet-ontvankelijk verklaard. De man had de Raad van de Europese Unie verzocht zijn opname op de sanctielijst rond de oorlog in Oekraïne te herzien. Toen een reactie uitbleef, stapte hij naar de rechter. Twee dagen voor de neerlegging van het verzoekschrift had de Raad de verlenging van de sancties echter al in het Publicatieblad bekendgemaakt. Volgens het Gerecht volstaat die formele publicatie als standpuntbepaling, ongeacht wanneer de individuele motiveringsbrief wordt verstuurd.

Bron: Ger.EU 26 oktober 2026, nr. T-179/26. (opent in nieuw tabblad)

Wanneer een gesanctioneerde persoon de Raad van de Europese Unie vraagt om zijn vermelding op een sanctielijst te herzien, mag het stilzitten van die instelling via een beroep wegens nalaten worden aangevochten. Het Gerecht van de Europese Unie oordeelt in een recente beschikking dat de publicatie van een verlengingsbesluit in het Publicatieblad al geldt als een geldige standpuntbepaling die het stilzitten opheft. Dat de betrokkene pas daags na het instellen van het beroep een individuele motiveringsbrief ontving, doet daaraan geen afbreuk.

De zaak draait om Andrii Falaleiev, rector van de federale universiteit van de Krim. De Raad van de Europese Unie plaatste hem in december 2023 op de sanctielijst wegens steun aan de Russische agressie tegen Oekraïne, waardoor zijn tegoeden werden bevroren. Nadat de Raad die maatregel in september 2025 had verlengd, diende de rector een formeel verzoek tot herziening in.

Omdat een definitieve reactie uitbleef, stuurde de rector op 3 december 2025 een ingebrekestelling. Daarin gaf hij de Raad een termijn van twee maanden om alsnog een beslissing te nemen, op straffe van een beroep wegens nalaten. De Raad liet eind februari 2026 enkel weten dat het onderzoek nog liep, waarna de rector op 16 maart 2026 daadwerkelijk naar het Gerecht van de Europese Unie stapte.

Publicatie volstaat als standpunt

Buiten het gezichtsveld van de verzoeker had de Raad echter op 14 maart 2026, twee dagen vóór de neerlegging van het verzoekschrift, al nieuwe besluiten aangenomen en gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Met die handelingen werd de handhaving van de sancties tegen Falaleiev bevestigd. Pas op 17 maart 2026 bracht de Raad hem daarvan per brief persoonlijk op de hoogte.

De rector betoogde dat de Raad pas met die individuele kennisgevingsbrief formeel een standpunt had ingenomen, waardoor zijn beroep op het moment van neerlegging wel degelijk gegrond was. Hij vroeg de rechters daarom vast te stellen dat het geding zonder voorwerp was geraakt en de Raad in de proceskosten te veroordelen.

Het Gerecht verwerpt die redenering. Volgens de rechters vormt de publicatie van de herzieningsbesluiten in het Publicatieblad een duidelijke en definitieve standpuntbepaling over de sancties. De latere individuele kennisgeving van de motieven is slechts een procedureel uitvloeisel daarvan. Omdat de Raad zijn stilzitten al vóór de indiening van het verzoekschrift had beëindigd, was het beroep van meet af aan niet-ontvankelijk.

Voor procespartijen en advocaten die sanctiedossiers behandelen, onderstreept deze uitspraak het belang van een dagelijkse controle van het Publicatieblad. Wie een beroep wegens nalaten overweegt, moet tot op de minuut van indiening nagaan of er geen formeel besluit is verschenen. Zodra de Raad een handeling publiceert, vervalt de rechtsgrond voor het stilzitten en riskeert de verzoeker een niet-ontvankelijkheid met veroordeling tot de gerechtskosten.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Ger.EU 26 oktober 2026, nr. T-179/26. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.