Pidpa mag waterwinning Brasschaat vernieuwen, maar stuit op natuurverbod
Pidpa mag dertien watervangputten in Brasschaat vernieuwen, maar moet een afgedankte asbestcementleiding onder een kwetsbaar heideperceel laten liggen.
Foto: Spruce (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Vlaamse minister van Omgeving heeft de omgevingsvergunning verleend voor de modernisering van de waterwinning van Pidpa in Brasschaat. Het project omvat het boren van dertien nieuwe watervangputten, het dempen van verouderde putten en een tijdelijke bemaling van 410.000 kubieke meter. Wel werd de sloop van een historische asbestcementleiding geweigerd. Omdat deze leiding door biologisch zeer waardevolle heide loopt en ondergronds geen gevaar oplevert, weigerde het Agentschap voor Natuur en Bos een vegetatiewijziging toe te staan.
Bron: Vl.Reg. 21 augustus 2026, OMV_2026030583. (opent in nieuw tabblad)
Waterbedrijf Pidpa mag dertien watervangputten van zijn waterproductiecentrum in Brasschaat heraanleggen en verouderde putten dempen. De Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw weigerde echter de toestemming om een oude asbestcementleiding uit te graven in een beschermd natuurperceel, omdat de schade aan de aanwezige heidevegetatie niet te verantwoorden is.
De waterwinning in Brasschaat dateert deels uit de jaren vijftig en tachtig en kampt met ernstige vochtproblemen in de putkamers. Bovendien noopten verhoogde calciumgehaltes, pesticiden en PFAS-verontreiniging afkomstig van een nabijgelegen oefenterrein van de civiele bescherming ertoe om de actieve winning meer naar het oosten te verleggen.
Het vergunde project omvat het herboren van dertien putten en de afbraak van veertien oude putkamers. Voor de werkzaamheden is een tijdelijke bemaling nodig van maximaal 410.000 kubieke meter grondwater, verspreid over twee periodes van zes maanden. Omdat de werf in een PFAS-no-regretzone ligt, legde het Departement Omgeving strenge lozingsnormen en een verplichte monitoring op voor zowel PFAS als arseen.
Waardevolle heide ontzien
Pidpa wilde van de werf gebruikmaken om oude toevoerleidingen uit te breken, waaronder een leiding van asbestcement die begin jaren zeventig werd aangelegd. Die leiding doorkruist echter een heideperceel dat op de Biologische Waarderingskaart als biologisch zeer waardevol staat ingekleurd.
Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) weigerde hiervoor een afwijking toe te kennen op het verbod om vegetatie te wijzigen. Zolang hechtgebonden asbestleidingen onder de grond liggen en niet mechanisch worden bewerkt of beschadigd, leveren ze volgens het agentschap geen gevaar op voor de volksgezondheid of het milieu. De natuurschade van graafwerken zou daarentegen onherstelbaar zijn, waardoor de leiding definitief in de grond moet blijven liggen.
De beslissing illustreert dat het saneren of opruimen van verouderde leidinginfrastructuur niet automatisch voorrang krijgt op actieve natuurwaarden: wanneer de ingreep kwetsbare biotopen schaadt en het risico van het laten liggen verwaarloosbaar is, primeert het strikte vegetatieverbod.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Vl.Reg. 21 augustus 2026, OMV_2026030583. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.