Peerevaluatie bij groepswerk: schrappen van betwiste score volstaat niet

Een student informatica zag zijn examenresultaat stranden op 9 op 20 na een automatische peerevaluatie via Buddycheck. De hogeschool mocht die betwiste factor niet zomaar weglaten om het cijfer opnieuw vast te stellen.

people sitting down near table with assorted laptop computers

Foto: Marvin Meyer (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen vernietigt een beslissing van de interne beroepscommissie van Thomas More Kempen over een student elektronica-ICT. De opleiding had het resultaat voor een groepswerk verlaagd op basis van een automatische peerevaluatie via Buddycheck, zonder dat de docent naging of die scores klopten met de werkelijkheid. De interne beroepsinstantie erkende die fout weliswaar, maar liet de peerevaluatie vervolgens louter vallen en behield het cijfer 9 op 20. Volgens de Raad moest de beroepscommissie zelf de individuele bijdrage en geschreven feedback inhoudelijk onderzoeken.

Bron: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0037. (opent in nieuw tabblad)

Wanneer een opleiding een peerevaluatie louter automatisch toepast zonder inhoudelijke toetsing door de docent, mag de interne beroepscommissie dat gebrek niet herstellen door die factor simpelweg uit de puntenberekening te schrappen. Dat stelt de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) in een zaak over een student die voor een groepswerk niet slaagde door een neerwaartse correctie van 0,66 via Buddycheck.

Een student in de professionele bachelor elektronica-ICT aan Thomas More Kempen kreeg voor het opleidingsonderdeel 'Skills Integration Lab 2/2' een eindresultaat van 9 op 20. Voor het technische groepswerk, dat voor 70 procent meetelde, paste de opleiding een individuele correctiefactor toe op basis van onderlinge scores tussen studenten. Omdat de student voor de ontwerpfase een correctie van 0,66 kreeg, zakte zijn deelscore naar 8,42 op 20, waardoor hij niet voldeed aan de bindende slaagvoorwaarde van minstens 10 op 20 voor elk onderdeel.

In intern beroep stelde de beroepsinstantie vast dat de ECTS-fiche de peerevaluatie omschrijft als een loutere informatiebron voor de docent. De docent had de berekening echter automatisch overgenomen, zonder na te gaan of de lage scores strookten met de overwegend positieve tekstuele feedback van groepsleden. De commissie vernietigde de initiƫle score, maar kende opnieuw een 9 op 20 toe aan de hand van een simulatie zonder de peerfactor, waarin het technische deel uitkwam op 9,14 op 20.

Gebrek aan eigen onderzoek

De R.Stvb. oordeelt dat de interne beroepsinstantie daarmee haar eigen bevoegdheid heeft miskend. Door de devolutieve werking van het intern beroep moet de commissie bij een vastgestelde onregelmatigheid zelf de grond van de zaak opnieuw beoordelen. Aangezien een peerfactor bij andere studenten ook verhogend werkte, kon de commissie die evaluatie niet zomaar integraal laten vallen.

Bovendien beschikte de beroepsinstantie over de inhoudelijke feedback van de medestudenten en had zij die gegevens moeten gebruiken om de werkelijke bijdrage van de student te beoordelen. Ook ontbrak in de bestreden beslissing elke berekening of motivering waaruit bleek hoe de technische score van 9,14 op 20 precies was opgebouwd.

Hogeronderwijsinstellingen die peerevaluaties inzetten bij groepsopdrachten, moeten ervoor zorgen dat docenten de toegekende scores altijd inhoudelijk valideren en motiveren. Beroepscommissies die een onwettige automatische toepassing vaststellen, moeten zelf een volwaardige inhoudelijke herbeoordeling doorvoeren in plaats van de beoordelingsfactor louter weg te strepen.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0037. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.