Partijen in faillissement moeten publicatie in Staatsblad opvolgen voor hoger beroep
De beroepstermijn van vijftien dagen tegen een vonnis over de datum van staking van betaling loopt vanaf de publicatie in het Staatsblad, niet vanaf de betekening. Dat brengt het recht op toegang tot de rechter niet in gevaar, bevestigt het Grondwettelijk Hof.
Foto: Nick Sorockin (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat artikel XX.108, § 3, laatste lid van het Wetboek van economisch recht de Grondwet en het EVRM niet schendt. De termijn om hoger beroep in te stellen tegen een vonnis dat de datum van staking van betaling vastlegt, bedraagt vijftien dagen vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Het Hof bevestigt dat de wetgever de faillissementsprocedure wettig mag versnellen in het belang van de schuldeisers. Van procespartijen mag worden verwacht dat zij de publicatie in het Staatsblad zelf opvolgen.
Bron: GwH 24 september 2026, nr. 111/2026. (opent in nieuw tabblad)
Partijen die procederen over de datum van staking van betaling in een faillissement, moeten de strikte beroepstermijn van vijftien dagen vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad respecteren. Dat bevestigt het Grondwettelijk Hof in een arrest van 24 september 2026. Het Hof ziet geen discriminatie in het feit dat die termijn niet pas ingaat na een formele betekening van het vonnis.
De zaak draait om het faillissement van een vennootschap die een tuincentrum en winkels uitbaatte, uitgesproken door de ondernemingsrechtbank Gent op 25 juni 2024. Op vraag van de curator vervroegde de rechtbank op 26 november 2024 de datum van staking van betaling naar 4 april 2023, een beslissing die op 2 december 2024 in het Belgisch Staatsblad verscheen.
Drie betrokken partijen tekenden met succes derdenverzet aan. De rechtbank stelde de datum van staking van betaling bij vonnis van 9 september 2025 uiteindelijk vast op 29 mei 2023. Dat vonnis verscheen op 15 september 2025 in het Staatsblad. Pas op 22 oktober 2025 stelden de partijen hoger beroep in bij het hof van beroep Gent, ruim voorbij de wettelijke termijn van vijftien dagen na publicatie.
Versnelling van de procedure
Voor het Gentse hof betoogden de partijen dat het onredelijk is om de beroepstermijn al te laten lopen vanaf de bekendmaking in het Staatsblad, in plaats van vanaf een individuele betekening door een gerechtsdeurwaarder. Het hof van beroep legde daarop prejudiciële vragen voor aan het Grondwettelijk Hof over de verenigbaarheid met het gelijkheidsbeginsel en het recht op toegang tot de rechter.
Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de wetgever de faillissementsprocedure bewust eenvoudig en snel wilde houden. Een vlotte afwikkeling beschermt de schuldeisers en schept snel duidelijkheid over de verdachte periode. De bekendmaking in het Belgisch Staatsblad is volgens het Hof een officieel en passend startpunt.
Volgens het Hof is het niet onevenredig bezwarend om van procespartijen te verwachten dat zij na de zitting zelf opvolgen wanneer het uittreksel verschijnt. Bovendien blijft het algemene rechtsbeginsel van overmacht gelden als uitzondering bij uitzonderlijke verhindering.
Wie procedeert over de datum van staking van betaling in een faillissement, mag niet wachten op een betekening door de gerechtsdeurwaarder. Advocaten en procespartijen moeten zelf de publicaties in het Belgisch Staatsblad nauwgezet monitoren om te vermijden dat hun beroepstermijn van vijftien dagen ongemerkt verstrijkt.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: GwH 24 september 2026, nr. 111/2026. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.