VreemdelingenrechtInternationaal en Europees recht

Overdracht van asielzoekers: RvV ziet toetsingsbevoegdheid ingeperkt door migratieverordening

Sinds de inwerkingtreding van de AMMR-verordening mag de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de toewijzingscriteria voor Dublinoverdrachten niet meer ten gronde beoordelen.

building interior photograph

Foto: Nick Fewings (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft het beroep verworpen van een Vietnamese vrouw die zich verzette tegen haar overdracht aan Bulgarije. Omdat de nieuwe Europese verordening inzake asiel- en migratiebeheer (AMMR) op 12 juni 2026 in werking is getreden, is de rechterlijke toetsing van overdrachtsbesluiten voortaan strikt ingeperkt. De Raad mag niet langer nagaan of de overheid de formele criteria om de verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen correct heeft toegepast. Het contentieus blijft in hoofdzaak beperkt tot het risico op een onmenselijke behandeling.

Bron: RvV 30 juni 2026, nr. 349.614. (opent in nieuw tabblad)

Met de recente inwerkingtreding van het Europese migratiepact is de rechtsbescherming tegen Dublinoverdrachten fundamenteel gewijzigd. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) over een Vietnamese asielzoekster die weigerde naar Bulgarije te vertrekken.

De vrouw vroeg in november 2025 internationale bescherming aan in België. Uit een controle in het centrale visumsysteem bleek dat de Bulgaarse ambassade in Vietnam haar eerder een visum voor kort verblijf had toegekend. De Dienst Vreemdelingenzaken verzocht Bulgarije om haar over te nemen, waarmee de Bulgaarse autoriteiten instemden.

In haar beroep tegen het overdrachtsbesluit stelde de verzoekster het slachtoffer te zijn van mensenhandelaars. Zij betwistte dat Bulgarije verantwoordelijk was voor haar asielaanvraag, aangezien zij nooit in dat land had verbleven en er geen enkele band mee had.

Beperkte rechtsmacht

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) stelt vast dat Verordening 2024/1351 betreffende asiel- en migratiebeheer (AMMR) op 12 juni 2026 de oude Dublin III-verordening heeft ingetrokken. De nieuwe regels zijn meteen van toepassing op alle nog aanhangige beroepen.

Artikel 43 van de AMMR perkt de onderzoeksbevoegdheid van de asielrechter aanzienlijk in. De rechter mag enkel nog nagaan of een overdracht een reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling oplevert, of er nieuwe feiten zijn opgedoken, of dat specifieke gezinsherenigingscriteria geschonden zijn.

Een inhoudelijke beoordeling van de vraag of de administratie de juiste verantwoordelijkheidscriteria heeft gehanteerd, valt volgens de RvV buiten zijn wettelijke bevoegdheid. Omdat de verzoekster bovendien niet concreet aantoonde dat de Bulgaarse asielopvang structurele tekortkomingen vertoont die artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens schenden, bleef het overdrachtsbesluit overeind.

Voor vreemdelingenadvocaten betekent dit dat de klassieke betwisting van de toewijzingscriteria bij overdrachten naar een andere lidstaat definitief tot het verleden behoort. Beroepen bij de RvV moeten zich voortaan strikt toespitsen op ernstige grondrechtenschendingen of welomlijnde gezinsomstandigheden.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvV 30 juni 2026, nr. 349.614. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.