Oorspronkelijke tuchtmaatregel verdwijnt na intern beroep, oordeelt R.Stvb.
Een student ingenieurswetenschappen die twee jaar werd geschorst wegens examenfraude, vangt procedureel bot. Zowel de initiële sanctie als een ingetrokken tussenbeslissing kunnen niet meer worden aangevochten.
Foto: Vitaly Gariev (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen verwerpt het beroep van een student van de Vrije Universiteit Brussel tegen een zware examentuchtmaatregel. De student werd voor twee academiejaren uitgesloten na onregelmatigheden bij twee examens. Omdat de interne beroepscommissie van de universiteit nadien een inhoudelijke beslissing nam, verdween de oorspronkelijke sanctie uit het rechtsverkeer. Een eerdere, foutieve onontvankelijkverklaring was bovendien al door de universiteit ingetrokken en kon evenmin nog vernietigd worden.
Bron: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0038. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een universiteit een student straft wegens examenfraude, leidt een interne beroepsprocedure geregeld tot een kluwen van opeenvolgende beslissingen. De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) verduidelijkt in een arrest van 2 oktober 2026 dat eerdere beslissingen definitief uit de rechtsorde verdwijnen zodra de interne beroepsinstantie de zaak ten gronde naar zich toetrekt of een eerdere beslissing intrekt.
De zaak draait rond een student in de bachelor ingenieurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Tijdens de examens van de vakken Toegepaste Elektriciteit en Complexe Analyse stelde de universiteit onregelmatigheden vast. De decaan legde daarop op 28 januari 2026 een zware tuchtsanctie op: de onmiddellijke stopzetting van de inschrijving en een verbod op herinschrijving aan de faculteit voor de academiejaren 2026-2027 en 2027-2028. Na een hoorzitting werd die sanctie op 18 februari 2026 bevestigd.
De student tekende op 25 februari 2026 intern beroep aan, maar de afhandeling liep administratief stroef. Omdat een tijdige reactie uitbleef, stapte de student al een eerste keer naar de administratieve rechter. Vervolgens verklaarde de interne commissie het beroep op 30 maart 2026 onterecht onontvankelijk wegens het ontbreken van een aangetekende zending. De student stelde daarop een tweede extern beroep in. De universiteit zag haar fout in, trok de beslissing van 30 maart in en deed op 16 april 2026 alsnog een uitspraak ten gronde, die het tuchtbesluit handhaafde.
Vervallen voorwerp
In de voorliggende procedure probeerde de student alsnog de oorspronkelijke tuchtbeslissing en de ingetrokken tussenbeslissing van 30 maart 2026 aan te vechten. Volgens de student had de universiteit door haar trage en wisselvallige handelen het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden.
De R.Stvb. veegt die argumenten van tafel. De interne beroepsinstantie beschikt over de zogeheten volheid van bevoegdheid. Zodra zij zich over de grond van de tuchtzaak buigt, treedt haar oordeel volledig in de plaats van de beslissing van de decaan. De oorspronkelijke sanctie van 18 februari 2026 maakt daardoor geen deel meer uit van de rechtsorde. Dat de interne beroepscommissie haar termijn van twintig dagen overschreed, doet geen afbreuk aan haar bevoegdheid.
Ook de vordering tegen de beslissing van 30 maart 2026 is volgens de bestuursrechter zonder voorwerp. De universiteit heeft die foute weigering zelf ingetrokken op 8 april 2026. Een ingetrokken administratieve handeling die geen rechten verleent, verdwijnt met terugwerkende kracht. De student kan daartegen dus geen vernietigingsberoep meer handhaven.
Voor studenten en onderwijsjuristen bevestigt de uitspraak een strikte proceslijn: wie procedeert tegen tuchtsancties, moet zijn pijlen uitsluitend richten op de uiteindelijke beslissing ten gronde van het interne beroepsorgaan. Tussentijdse of ingetrokken beslissingen kunnen voor de administratieve rechter niet meer worden aangevochten, ook al zorgde het bestuursverzuim van de instelling voor procedurele vertraging.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0038. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.