Ontslagen personeelsafgevaardigden kunnen beschermingsvergoeding niet cumuleren met discriminatievergoeding
Een ontslagen vakbondsafgevaardigde heeft geen recht op een bijkomende forfaitaire schadevergoeding van zes maanden loon wegens discriminatie op grond van syndicale overtuiging. De beschermingsvergoeding vergoedt immers al dezelfde schade.
Foto: Annie Spratt (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat de bijzondere beschermingsvergoeding voor personeelsafgevaardigden in de regel niet kan worden gecumuleerd met de forfaitaire schadevergoeding wegens discriminatie op grond van syndicale overtuiging. Beide vergoedingen strekken tot het forfaitair herstellen van dezelfde materiële en morele schade die voortvloeit uit het ontslag. Het arbeidshof had een werkgever veroordeeld tot de betaling van een extra discriminatievergoeding van 21.801,96 euro bovenop de beschermingsvergoeding, maar het Hof van Cassatie verbreekt die beslissing zonder verwijzing.
Bron: Cass. 12 oktober 2026, nr. S.25.0025.F. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een werkgever een beschermde personeelsafgevaardigde ontslaat zonder de wettelijke procedure na te leven, kan de werknemer aanspraak maken op een aanzienlijke beschermingsvergoeding. Het Hof van Cassatie verduidelijkt nu dat die werknemer bovenop die som niet ook nog een forfaitaire discriminatievergoeding van zes maanden loon kan eisen wegens discriminatie op grond van syndicale overtuiging.
De zaak draait om een personeelslid dat sinds 1987 in dienst was en in 2016 werd verkozen als effectief personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk. In september 2019 werd zij ontslagen in het kader van een herstructurering wegens economische moeilijkheden. De werkgever volgde daarbij niet de verplichte voorafgaande procedure voor het paritair comité zoals voorgeschreven door de wet van 19 maart 1991.
De werkgever betaalde de forfaitaire beschermingsvergoeding gelijk aan vier jaar loon, evenals een variabele vergoeding tot aan het einde van het mandaat. Het arbeidshof te Bergen kende de werkneemster daarnaast echter ook een forfaitaire vergoeding van 21.801,96 euro toe op grond van de Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007. Volgens de appelrechters was het ontslag ingegeven door haar syndicale inzet en herstelden beide vergoedingen een onderscheiden schade.
Geen dubbele vergoeding
Het Hof van Cassatie fluit het arbeidshof op dat punt terug. Het wijst erop dat de beschermingsregeling van de wet van 19 maart 1991 net tot doel heeft te voorkomen dat personeelsafgevaardigden wegens hun mandaat worden ontslagen, wat een vorm van benadeling uitmaakt.
Uit de wetsgeschiedenis van de Antidiscriminatiewet blijkt bovendien dat het specifieke beschermingsstelsel van 1991 een bijzondere toepassing vormt van de bescherming tegen discriminatie op grond van vakbondsovertuiging. Zowel de bijzondere beschermingsvergoeding als de forfaitaire discriminatievergoeding van zes maanden loon herstellen dezelfde materiële en morele schade die het gevolg is van het discriminatoire ontslag.
Omdat beide vergoedingen dezelfde finaliteit en schade dekken, mogen ze in de regel niet gecumuleerd worden. Het Hof verbreekt het arrest van het arbeidshof op dit punt zonder de zaak door te verwijzen naar een ander rechtscollege.
Voor werkgevers en hr-diensten brengt het arrest een belangrijke financiële geruststelling bij betwistingen over ontslagen vakbondsafgevaardigden. Hoewel de wettelijke beschermingsvergoedingen zeer hoog kunnen oplopen, hoeven ondernemingen bij een onregelmatig ontslag niet te vrezen voor een bijkomende veroordeling tot zes maanden brutoloon onder de Antidiscriminatiewet louter op basis van de syndicale overtuiging.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Cass. 12 oktober 2026, nr. S.25.0025.F. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.