Onderneming moet onvolledig inzageverzoek over voertuiggegevens alsnog inwilligen
Een onderneming deed er ruim twee maanden over om een verzoek om inzage in voertuiggegevens slechts deels te beantwoorden. De Gegevensbeschermingsautoriteit legt nu een bevel op om binnen dertig dagen alsnog volledige duidelijkheid te verschaffen.
Foto: Cole Freeman (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) heeft een prima facie-bevel opgelegd aan een onderneming die te laat en onvolledig antwoordde op een inzageverzoek. Een burger had op 24 april 2025 gevraagd welke persoonsgegevens over hem en zijn voertuigen werden verwerkt, maar kreeg pas na twee en een halve maand een gedeeltelijk antwoord. Omdat de onderneming zelf erkende dat de wettelijke reactietermijn was overschreden en de verstrekking mogelijk onvolledig was, beveelt de GBA om binnen dertig dagen alsnog alle gevraagde gegevens te bezorgen.
Bron: GBA 4 november 2026, 311/2026. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer burgers inzage vragen in hun persoonsgegevens, moeten organisaties daar in principe binnen de maand volledig op antwoorden. De Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) herinnert aan die strikte termijn nadat een onderneming er ruim twee maanden over deed om een verzoek over voertuiggegevens slechts gedeeltelijk in te willigen.
Op 24 april 2025 diende de klager een verzoek tot inzage in bij de onderneming. Hij wilde onder meer vernemen welke persoonsgegevens zij over hemzelf en over zijn voertuigen bijhield.
Pas op 9 juli 2025 bezorgde de onderneming een antwoord, dat volgens haar slechts een gedeeltelijke uitvoering van het verzoek inhield. De burger had op 27 juni 2025 al een formele klacht ingediend bij de toezichthouder wegens het uitblijven van een tijdige reactie.
In haar schriftelijke reactie aan de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) gaf de onderneming zelf toe dat zij te laat had gehandeld. Zij erkende bovendien dat de verstrekte inzage mogelijk onvolledig was gebleven, maar verklaarde zich bereid om alsnog volledig aan het verzoek te voldoen.
Bevel tot naleving
De Geschillenkamer stelt vast dat er op het eerste gezicht sprake is van een inbreuk op artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De wettelijke reactietermijn van een maand werd overschreden en de verstrekte gegevens waren ontoereikend.
De toezichthouder legt de onderneming daarom een prima facie-bevel op om binnen dertig dagen alsnog alle gevraagde gegevens over de burger en diens voertuigen over te maken. Binnen diezelfde termijn kan de onderneming bezwaar maken en om een behandeling ten gronde vragen, of beroep instellen bij het Marktenhof.
Deze beslissing bevestigt dat verwerkingsverantwoordelijken verzoeken om inzage binnen de wettelijke maandtermijn zorgvuldig moeten afhandelen. Wie te laat of onvolledig reageert, riskeert een snel en bindend bevel van de toezichthouder, dat bij verzet kan uitmonden in een procedure ten gronde met administratieve boetes.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: GBA 4 november 2026, 311/2026. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.