Omwonenden krijgen geen schorsing tegen tijdelijk slibbekken Pittem
Een buurtbewoner slaagt er niet in de vergunning voor de ontwatering van 10.000 kubieke meter ruimingsslib in Pittem met hoogdringendheid te laten schorsen.
Foto: Scott Blake (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad voor Vergunningsbetwistingen wijst een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af tegen de vergunning voor een tijdelijk slibbekken in Pittem. Een omwonende klaagde onder meer dat meerdere adviezen pas na afloop van het openbaar onderzoek werden ingediend. De Raad oordeelt dat het Omgevingsvergunningsdecreet burgers geen inspraakrecht verleent op de inhoud van ambtelijke adviezen. Omdat ook de overige grieven rond verkeershinder en bodemimpact niet aantoonden dat de overheid onzorgvuldig handelde, is geen enkel middel ernstig bevonden.
Bron: RvVb 5 oktober 2026, nr. RvVb-2627-0099. (opent in nieuw tabblad)
Omwonenden kunnen een omgevingsvergunning niet laten schorsen op grond van het feit dat officiële instanties hun advies pas na het openbaar onderzoek bezorgden. Dat bevestigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen in een geschil over de aanleg van een tijdelijk slibbekken in Pittem.
De provincie West-Vlaanderen verkreeg een omgevingsvergunning om een landbouwperceel in Pittem tijdelijk in te richten voor de opslag en ontwatering van 10.000 kubieke meter ruimingsslib. Het slib is afkomstig van het gecontroleerd overstromingsgebied Breemeersbeek, waarvan de bergingscapaciteit door aanslibbing sterk was afgenomen. Een omwonende trok naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) en eiste een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, onder meer vanwege de verwachte hinder van ruim 2.000 vrachtwagenbewegingen.
De verzoeker voerde in de eerste plaats aan dat zijn inspraakrechten waren geschonden. Verschillende officiële adviezen werden immers pas uitgebracht nadat het openbaar onderzoek al was afgelopen, waardoor de buurt er niet meer op kon reageren.
Geen inspraak op adviezen
De Raad verwerpt die redenering en herinnert aan artikel 23 van het Omgevingsvergunningsdecreet. Die bepaling laat toe bezwaren in te dienen over de aanvraag zelf, maar waarborgt geen recht voor omwonenden om voorafgaandelijk te reageren op tussenkomende adviezen van instanties zoals de Vlaamse Milieumaatschappij of het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Ook de overige grieven van de buur over mobiliteit, geurhinder en bodemcompactatie overtuigen de bestuursrechter niet. De vergunningverlenende overheid baseerde zich op een mobiliteitsnota met strikte tijdsvensters buiten de schooluren en legde specifieke voorwaarden op om overlast te vermijden. Aangezien de verzoeker zijn kritiek niet juridisch onderbouwde maar vooral eigen appreciaties naar voren bracht, ontbreekt elk ernstig middel.
Wie een vergunning aanvecht via een uiterst dringende procedure, moet nauwgezet aan zijn stelplicht voldoen en concrete wetsinbreuken aantonen in plaats van louter de opportuniteit van het project te betwisten. Daarnaast bevestigt de uitspraak dat het openbaar onderzoek geen rechtstreeks inspraakrecht inhoudt op adviezen die adviesinstanties in de loop van het vergunningstraject uitbrengen.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvVb 5 oktober 2026, nr. RvVb-2627-0099. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.