Burgerlijk rechtHuurAdministratief recht

Niet-conforme huurwoningen: rechtbank legt hersteltermijn van tien maanden op

De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel verplicht een eigenaar en een exploitant om een verloederd pand binnen tien maanden te renoveren. Bij niet-naleving riskeren zij een dwangsom tot 75.000 euro.

a building with cars parked in front

Foto: Ruben Hanssen (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel heeft een herstelvordering van de Vlaamse Wooninspecteur ingewilligd tegen de eigenaar en de exploitant van een pand met handelsruimte en twee woongelegenheden. Inspecteurs stelden al in 2021 zware gebreken vast, waaronder elektrocutie- en CO-gevaar en een onbewoonbare kelder waarin mensen verbleven. Omdat de verweerders de renovatiewerken ruim vijf jaar traineerden en geen afdoende keuringsbewijzen bezorgden, brengt de rechtbank de wettelijke maximumtermijn van twee jaar terug naar tien maanden. De renovatie moet gebeuren op straffe van een dwangsom van 150 euro per dag, met een plafond van 75.000 euro.

Bron: Rb. Brussel (Nl.) 22 september 2026, nr. anonymised. (opent in nieuw tabblad)

De Vlaamse Wooninspecteur kan voor de burgerlijke rechtbank vorderen dat een eigenaar of exploitant een ongeschikte woning herstelt volgens de minimale kwaliteitsnormen. In een dossier rond een pand met een discotheek en twee woonentiteiten besliste de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel dat de betrokkenen niet langer kunnen talmen met de noodzakelijke renovaties.

Tijdens een inspectie in februari 2021 trof de overheid ernstige veiligheids- en gezondheidsrisico's aan in het gebouw. In het appartement op de eerste verdieping was er acuut elektrocutie- en koolstofmonoxidegevaar, naast zware vochtschade en ontbrekende trapleuningen. Daarnaast verbleven twee personen in de kelder, een ruimte zonder natuurlijk licht, verwarming of werkend sanitair.

De eigenaar en de zaakvoerders van de discotheek op het gelijkvloers betwistten hun verantwoordelijkheid. Zij voerden aan dat de kelderbewoners krakers waren en dat de renovatiewerken aan het appartement al grotendeels voltooid waren, gestaafd met foto's en facturen. Zij vroegen om een hersteltermijn van twee jaar zonder dwangsom.

Geen ruimte voor uitstel

De rechtbank verwerpt dat verweer. Uit de huur- en exploitatieconstructie blijkt dat de exploitanten de feitelijke controle hadden over het hele pand en de ruimtes ter beschikking stelden voor bewoning.

Bovendien oordeelt de rechter dat de overgemaakte foto's geenszins aantonen dat de vastgestelde gebreken van categorie II en III definitief zijn opgelost. Zolang de verweerders de nodige attesten en keuringsdocumenten niet voorleggen, kan de inspectiedienst niet overgaan tot een officiële hercontrole.

Omdat de betrokken partijen het dossier al ruim vijf jaar frustreren, weigert de rechtbank hen de gebruikelijke maximumtermijn van twee jaar te gunnen. De hersteltermijn wordt vastgesteld op tien maanden, gekoppeld aan een dwangsom van 150 euro per dag vertraging tot een maximum van 75.000 euro. Voor de kelderruimte geldt dat die moet worden gesloopt of een geldige stedenbouwkundige herbestemming moet krijgen, aangezien bewoning daar definitief uitgesloten is.

Dit vonnis herinnert eraan dat de termijn van twee jaar in de Vlaamse Codex Wonen een maximumtermijn is die de rechter naar eigen inzicht kan inkorten bij manifeste onwil of vertragingsmanoeuvres. Zowel formele verhuurders als tussenpersonen die panden feitelijk ter beschikking stellen, kunnen sancties niet afwenden met louter fotomateriaal wanneer officiële conformiteitsbewijzen ontbreken.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Rb. Brussel (Nl.) 22 september 2026, nr. anonymised. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.