Internationaal en Europees rechtEuropees ambtenarenrecht

Negatief beoordelingsrapport vereist geen uitputtende voorbeelden, beslist Gerecht van de Europese Unie

Een Europese ambtenaar eiste de vernietiging van zijn ongunstige jaarevaluatie en minstens 24.000 euro schadevergoeding. Het Gerecht van de Europese Unie oordeelt dat leidinggevenden niet elk minpunt met concrete voorbeelden hoeven te staven.

Modern glass building with european union flags

Foto: 𝕡𝕒𝕨𝕤 𝕒𝕟𝕕 𝕡𝕣𝕚𝕟𝕥𝕤 (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Het Gerecht van de Europese Unie heeft het beroep verworpen van een ambtenaar tegen zijn onbevredigende beoordelingsrapport over het jaar 2022 bij de Europese Commissie. De ambtenaar meende dat de kritiek op zijn communicatie en werklast onvoldoende concreet was gemotiveerd en dat een voorafgaand begeleidingsplan was mislukt. Volgens het Gerecht beschikken beoordelaars echter over een ruime beoordelingsmarge. Zolang een rapport geïndividualiseerd is en binnen een voor de werknemer bekende context past, hoeft de administratie niet elke tekortkoming met specifieke bewijzen of voorbeelden te onderbouwen.

Bron: Ger.EU 4 november 2026, nr. T-622/24. (opent in nieuw tabblad)

Wanneer mag een leidinggevende een personeelslid een onvoldoende geven zonder elk kritiekpunt met harde bewijzen te staven? Die vraag lag voor aan het Gerecht van de Europese Unie na een conflict tussen een ambtenaar van rang AD 8 en de Europese Commissie over zijn jaarevaluatie van 2022. De ambtenaar eiste nietigverklaring van zijn negatieve evaluatie en vorderde minstens 24.000 euro schadevergoeding wegens loopbaanspanning en imagoschade.

De ambtenaar werkte sinds 2004 bij de instelling en kreeg voor het tweede jaar op rij te horen dat zijn algemene prestaties ondermaats waren. Na een negatieve evaluatie in 2021 volgde eind 2022 een verplicht begeleidingsplan van ongeveer tweeënhalve maand, met maandelijkse opvolgverslagen en doelstellingen rond communicatie en taakverdeling. De leidinggevenden oordeelden in het rapport over 2022 evenwel dat de prestaties, de taalvaardigheid in het Engels en de zelfstandigheid van de betrokkene nog steeds tekortschoten.

Voor het Gerecht voerde de man aan dat het rapport ontoereikend was gemotiveerd en wemelde van vage kritiek zonder concrete voorbeelden. Hij wees er tevens op dat hij al zeventien jaar voor de Europese Commissie werkte zonder dat zijn communicatiestijl eerder was bekritiseerd. Daarnaast hekelde hij dat een leidinggevende zowel een inhoudelijke bijdrage had geleverd als optrad als tweede beoordelaar.

Ruime beoordelingsmarge leidinggevenden

Het Gerecht verwerpt al deze argumenten. De rechters herinneren eraan dat beoordelaars over een zeer brede beoordelingsvrijheid beschikken bij het waarderen van het werk van hun medewerkers. De rechterlijke toetsing blijft beperkt tot procedurefouten, feitelijke onjuistheden en kennelijk onjuiste beoordelingen.

Bovendien verplicht het ambtenarenstatuut beoordelaars niet om elk waardeoordeel gedetailleerd met concrete voorbeelden of bewijsstukken te staven. Het volstaat dat het rapport de belangrijkste kenmerken van de prestaties, de bekwaamheid en het gedrag behandelt en een herkenbaar, geïndividualiseerd beeld schetst. Aangezien de man al via e-mails en het eerdere rapport van 2021 op de hoogte was van de problemen rond zijn communicatie en het beheer van verlof, was de motivering in haar context voldoende duidelijk.

Tot slot oordeelt het Gerecht dat het begeleidingsplan aan alle voorwaarden voldeed en dat tweeënhalve maand volstond om vooruitgang te tonen. De procedurele klacht over de dubbele rol van een leidinggevende strandde op de niet-ontvankelijkheid, omdat de ambtenaar dat bezwaar niet tijdig in zijn voorafgaande administratieve klacht had opgenomen. Doordat de nietigverklaring werd afgewezen, sneuvelde ook de gevorderde schadevergoeding.

Dit arrest bevestigt de stevige positie van leidinggevenden binnen de Europese instellingen bij het beoordelen van personeel: zolang een negatief rapport een voldoende geïndividualiseerde context heeft en steunt op herkenbare dossiers, hoeft niet elk kritiekpunt gedetailleerd te worden bewezen. Ambtenaren die dergelijke rapporten willen aanvechten, moeten bovendien elk procedureel bezwaar al integraal opnemen in hun initiële administratieve klacht om niet-ontvankelijkheid voor de rechter te vermijden.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Ger.EU 4 november 2026, nr. T-622/24. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.