VennootschapsrechtFaillissementInternationaal en Europees rechtEU-procesrecht & instellingen

Kwijtschelding van schulden: herstructureringsrichtlijn mist rechtstreekse werking

Een Spaanse fiscus weigerde een schuldbevrijding van 282.000 euro wegens een oude fiscale bestuurdersaansprakelijkheid. Volgens de advocaat-generaal kan de herstructureringsrichtlijn die nationale weigering niet rechtstreeks opzijschuiven.

a woman sitting at a table with lots of papers

Foto: Dimitri Karastelev (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De bepalingen over volledige schuldbevrijding in de Europese herstructureringsrichtlijn hebben geen rechtstreekse werking, zo concludeert advocaat-generaal Jean Richard de la Tour bij het Hof van Justitie. Een gefailleerde Spaanse ondernemer met 282.000 euro restschuld werd van kwijtschelding uitgesloten omdat hij jaren voordien aansprakelijk was gesteld voor belastingschulden van zijn vennootschap. Omdat de richtlijn de lidstaten een ruime beoordelingsmarge laat om uitzonderingen in te voeren, zijn de bepalingen niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig. Nationale rechters kunnen een strijdige nationale wet daardoor niet zomaar buiten toepassing laten.

Bron: HvJ 22 oktober 2026, nr. C-578/25. (opent in nieuw tabblad)

Kan een gefailleerde ondernemer rechtstreeks een beroep doen op het Europese recht om een wettelijke weigering van schuldbevrijding te neutraliseren? Die vraag ligt voor bij het Hof van Justitie in een geschil waarin de Spaanse fiscus een schuldverlichting van 282.000 euro blokkeerde wegens een oude bestuurdersaansprakelijkheid.

De zaak draait rond een Spaans echtpaar dat na een faillissement achterbleef met een restschuld van 282.000 euro. Hoewel de man zijn gezinswoning liquideerde en in de procedure al 17.856,95 euro afbetaalde, weigerde de Spaanse fiscus in te stemmen met een schuldbevrijding. De fiscus beriep zich op een nationale bepaling die personen uitsluit die in de afgelopen tien jaar aansprakelijk zijn gesteld voor belastingschulden van hun vennootschap.

De man was in 2016 immers als bestuurder van een stopgezette onderneming aansprakelijk gesteld voor ruim 40.000 euro aan achterstallige vennootschapsbelastingen. De Spaanse rechter in Valladolid oordeelde dat een categorische weigering van kwijtschelding onevenredig streng uitdraait voor een te goeder trouw handelende ondernemer. Omdat een richtlijnconforme interpretatie volgens de verwijzende rechter zou botsen met de duidelijke letter van de wet, vroeg hij aan het Hof van Justitie (HvJ) of de Europese insolventierichtlijn rechtstreekse werking heeft om de Spaanse uitsluitingsgrond simpelweg opzij te schuiven.

Geen rechtstreekse werking

Advocaat-generaal Jean Richard de la Tour adviseert het HvJ om die vraag ontkennend te beantwoorden. Weliswaar legt artikel 20 van de herstructureringsrichtlijn het principe van schuldbevrijding vast, maar artikel 23 laat de lidstaten een ruime beleidsmarge om uitzonderingen en uitsluitingen in te voeren. Die uitzonderingenlijst is niet limitatief, waardoor de lidstaten zelf nadere keuzes moeten maken.

Doordat de Europese bepalingen een actieve wetgevende tussenkomst van de lidstaten vereisen, zijn ze volgens de advocaat-generaal noch onvoorwaardelijk, noch voldoende nauwkeurig. Bij gebrek aan rechtstreekse werking kan een nationale rechter een eventueel onevenredige nationale regel dan ook niet buiten toepassing laten enkel op grond van de Europese richtlijn. Wel blijft de nationale rechter gehouden om de eigen wetgeving maximaal richtlijnconform uit te leggen.

Als het Hof van Justitie deze conclusie volgt, kunnen insolvente ondernemers zich voor de nationale rechter niet rechtstreeks op de herstructureringsrichtlijn beroepen om strenge nationale uitsluitingsgronden te omzeilen. De rechterlijke toetsing van wettelijke uitsluitingen voor fiscale schulden blijft daardoor primair afhankelijk van conforme interpretatie binnen de grenzen van het nationale recht.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: HvJ 22 oktober 2026, nr. C-578/25. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.