Kosteloze machines voor toeleveranciers ontsnappen aan btw, oordeelt Ger.EU
Mercedes-Benz ontloopt een Roemeense btw-naheffing van 2,4 miljoen euro voor het gratis uitlenen van matrijzen aan toeleveranciers in een getrapte productieketen.
Foto: Lenny Kuhne (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Het Gerecht van de Europese Unie oordeelt dat het kosteloos ter beschikking stellen van matrijzen en productieapparatuur door een autofabrikant aan toeleveranciers niet geldt als een met btw belaste dienst onder bezwarende titel. Zelfs als er geen rechtstreekse factureringsrelatie bestaat tussen de onderdelenmaker en de constructeur en de verkoop via een tussenpersoon verloopt, blijft sprake van een handeling voor bedrijfsdoeleinden. Voorwaarde is wel dat de geproduceerde onderdelen uitsluitend worden gebruikt voor de voertuigen van de betrokken fabrikant.
Bron: Ger.EU 4 november 2026, nr. T-680/25. (opent in nieuw tabblad)
Het gratis uitlenen van productiemachines aan onderaannemers leidt niet automatisch tot een verschuldigde btw-heffing, zelfs niet wanneer de toeleveringsketen via een tussenpersoon loopt. Dat heeft het Gerecht van de Europese Unie beslist in een geschil tussen autobouwer Mercedes-Benz en de Roemeense fiscus over een naheffing van ruim 2,39 miljoen euro.
De Duitse autobouwer Mercedes-Benz kocht in 2020 gespecialiseerde industriële uitrusting en matrijzen aan. Die machines stelde het bedrijf kosteloos ter beschikking aan Roemeense toeleveranciers om specifieke auto-onderdelen te laten produceren.
De vervaardigde onderdelen werden niet rechtstreeks aan Mercedes-Benz gefactureerd, maar verkocht via een tussenpersoon die ze vervolgens aan de autoconstructeur doorleverde. Volgens de Roemeense belastingdienst verbrak deze tussenschakel het rechtstreekse verband tussen de terbeschikkingstelling en de eigen economische activiteit van de autofabrikant.
De fiscus merkte de kosteloze verstrekking daarom aan als een dienst voor andere dan bedrijfsdoeleinden, die voor de btw wordt gelijkgesteld met een dienst onder bezwarende titel. De autofabrikant vocht de daaropvolgende naheffingsaanslag met succes aan voor de Roemeense rechter, die een prejudiciële vraag stelde over de Europese btw-richtlijn.
Uitsluitend gebruik volstaat
Het Gerecht verduidelijkt dat artikel 26 van de btw-richtlijn misbruik beoogt te voorkomen waarbij goederen belastingvrij aan een onderneming worden onttrokken voor privédoeleinden. Daarvan is geen sprake wanneer een handeling de goede werking en rentabiliteit van de onderneming waarborgt.
De aanschaf van productiemateriaal en matrijzen, zogeheten tooling, vormt een wezenlijk onderdeel van het productieproces van een autobouwer. Door zelf eigenaar te blijven van de apparatuur behoudt de fabrikant controle over de kwaliteitsnormen en beperkt hij de financiële risico's bij zijn toeleveranciers.
Het ontbreken van een rechtstreekse factuur tussen de fabrikant en de onderdelenmaker is volgens de Europese rechters niet doorslaggevend. Zolang de geproduceerde onderdelen uitsluitend bestemd zijn voor de wagens van de betrokken constructeur, dient de terbeschikkingstelling een bedrijfseconomisch doel en is er geen btw over verschuldigd.
Industriële fabrikanten die kosteloos matrijzen of productielijnen uitzetten bij toeleveranciers hoeven geen btw-heffing te vrezen wanneer leveringen via distributeurs of tussenpersonen verlopen. Wel moeten ondernemingen contractueel en feitelijk kunnen aantonen dat de met hun machines geproduceerde onderdelen exclusief voor hun eigen productie worden aangewend.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Ger.EU 4 november 2026, nr. T-680/25. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.