Importeurs moeten ontwerpkosten voor toebehoren opnemen in douanewaarde
Een Duitse invoerder van porseleinen bekers moet mogelijk ontwerpkosten en agentencommissies voor opdrukken meetellen in de douanewaarde. Volgens de advocaat-generaal bij het Gerecht geldt voor toebehoren een ander regime dan voor het eindproduct.
Foto: Hello Sunday (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De douanewaarde van ingevoerde goederen moet ook de kosten omvatten van Europese ontwerpen en agentencommissies voor toebehoren die in die goederen worden verwerkt. Dat stelt advocaat-generaal José Martín y Pérez de Nanclares van het Gerecht van de Europese Unie in een Duitse zaak over ingevoerde bekers met transfers. Hoewel ontwerpen uit de Europese Unie en inkoopcommissies voor het ingevoerde eindproduct zelf buiten de douanewaarde vallen, geldt die uitzondering volgens de advocaat-generaal niet voor kosten die specifiek zijn gemaakt om verwerkte toebehoren te verkrijgen.
Bron: Ger.EU 21 oktober 2026, nr. T-28/25. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een importeur printsjablonen levert of aankoopcommissies betaalt voor onderdelen die in Azië in afgewerkte goederen worden verwerkt, moeten die kosten dan bij de douanewaarde worden geteld? Die vraag rees in een Duits geding over de import van porseleinen bekers, onderzetters en geschenkdozen. Advocaat-generaal José Martín y Pérez de Nanclares concludeert voor het Gerecht van de Europese Unie dat deze toeleveringskosten wel degelijk onder de douanewaarde vallen.
De Duitse onderneming B liet in eigen land afbeeldingen ontwerpen voor porseleinen bekers. De onderneming stelde die printsjablonen kosteloos ter beschikking aan fabrikanten in Hongkong en Taiwan voor de productie van overdrukplaatjes, geschenkdozen en kurken onderzetters. Fabrikanten in China brachten de overdrukplaatjes vervolgens aan op de bekers.
Daarnaast betaalde de importeur provisies aan een agent in Hongkong voor de aankoop van die overdrukplaatjes en onderzetters. Bij de douaneaangifte voor het vrije verkeer gaf het bedrijf noch de licentievergoedingen voor het ontwerp, noch de commissies aan. Na controle vorderde het bevoegde hoofddouanekantoor douane- en antidumpingrechten na over de invoer tussen januari 2016 en juli 2018.
Onderscheid tussen eindproduct en toebehoren
In het Douanewetboek van de Unie (DWU) zijn ontwerpen die binnen de Europese Unie zijn verricht voor de productie van een ingevoerd goed in beginsel uitgesloten van de douanewaarde. Datzelfde geldt voor inkoopcommissies die een invoerder betaalt om het ingevoerde goed aan te kopen.
Volgens de advocaat-generaal geldt die uitsluiting echter niet wanneer die uitgaven dienen om onderdelen of toebehoren te verwerven die later in het eindproduct worden verwerkt. De waarde van zulke verwerkte materialen omvat immers alle betalingen die nodig waren om ze te verkrijgen, inclusief de daaraan gekoppelde ontwerp- en bemiddelingskosten.
Tot slot oordeelt de advocaat-generaal dat de tariefindeling van goederen als assortiment niet meebrengt dat die goederen voor de douanewaarde automatisch als één ondeelbaar geheel gelden. De nationale rechter moet per onderdeel beoordelen of het onlosmakelijk in het hoofdproduct is verwerkt.
Als het Gerecht van de Europese Unie dit advies volgt, moeten importeurs er rekening mee houden dat Europese ontwerpkosten en agentencommissies toch de douanewaarde verhogen wanneer ze betrekking hebben op halffabricaten of onderdelen. Een vrijstelling voor het eindproduct beschermt toeleveringskosten van tussenstappen dan niet tegen douanerechten.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Ger.EU 21 oktober 2026, nr. T-28/25. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.