Hervatten van werk na stageverlof is niet hoogdringend, oordeelt RvS
Een fiscaal ambtenaar die zijn stage als inspecteur van financiën zag stranden, krijgt van de Raad van State geen spoedschorsing tegen zijn gedwongen terugkeer naar zijn eerdere functie.
Foto: jim (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad van State heeft de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid verworpen van een ambtenaar die zich verzette tegen de beëindiging van zijn stageverlof bij de FOD Financiën. Na een negatief advies over zijn stage als inspecteur van financiën moest hij terugkeren naar zijn oude administratie. Volgens het rechtscollege toont de ambtenaar niet aan waarom een werkhervatting onherstelbare schade berokkent, noch dat zijn lopende administratieve beroep daardoor onherroepelijk wordt geschaad.
Bron: RvS 9 oktober 2026, nr. 267.991. (opent in nieuw tabblad)
Een federale ambtenaar die na een ongunstige stage-evaluatie moet terugkeren naar zijn basisadministratie, kan die werkhervatting niet zomaar via een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid tegenhouden. Dat heeft de Raad van State geoordeeld in een geschil tussen een attaché van de FOD Financiën en de Belgische Staat.
De ambtenaar, benoemd als attaché bij de FOD Financiën, vatte medio 2025 een stage aan van vijftien maanden als inspecteur bij het interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën. Eind september 2026 adviseerde het evaluatiecollege echter om hem te ontslaan. Tegen dat advies stelde de man een administratief beroep in bij de bevoegde beroepskamer.
Daarop kende de stafdienst Personeel en Organisatie van de FOD Financiën hem op 30 september 2026 formeel een stageverlof toe dat precies liep tot en met de voorziene einddatum van de stage. De ambtenaar trok daarop met spoed naar de Raad van State. Hij betoogde dat een verplichte terugkeer naar zijn oorspronkelijke functie het administratief beroep uitholt en een eventuele verlenging van zijn stage in de weg staat.
Geen acuut nadeel
De Raad van State verwerpt die redenering en stelt vast dat de spoedeisendheid niet vaststaat. De ambtenaar toont immers niet aan welke ernstige nadelige gevolgen een onmiddellijke hervatting van zijn werkzaamheden bij de FOD Financiën voor hem persoonlijk met zich mee zou brengen.
Bovendien oordeelt het rechtscollege dat het gestelde nadeel louter hypothetisch is. De beroepskamer heeft enkel een adviserende bevoegdheid ten aanzien van de bevoegde minister, die uiteindelijk de knoop doorhakt. Mocht de stage alsnog worden verlengd, dan kan de ambtenaar op dat moment een nieuwe aanvraag voor stageverlof indienen, die door de overheid volgens verklaringen ter zitting niet bij voorbaat zal worden geweigerd.
Wie bij de Raad van State een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vordert, moet een concreet en onmiddellijk actueel nadeel bewijzen. De loutere verplichting om na afloop van een stageverlof tijdelijk terug te keren naar de oorspronkelijke administratieve standplaats volstaat daarvoor niet.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvS 9 oktober 2026, nr. 267.991. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.