Gevangenispersoneel kan ook bij korte stakingen worden opgevorderd
Twee vakbondsafgevaardigden vorderden tevergeefs de schorsing van een koninklijk besluit dat personeelsopvorderingen bij gevangenisstakingen tot 48 uur mogelijk maakt. De Raad van State oordeelt dat de spoedeisendheid ontbreekt.
Foto: Ed Stone (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad van State heeft de schorsingsvordering verworpen tegen het koninklijk besluit van 20 juli 2026, dat opvorderingen in gevangenissen uitbreidt naar stakingen van twee dagen of korter. Twee vakbondsafgevaardigden meenden dat het stakingsrecht daarmee ernstig en onherstelbaar wordt aangetast. Volgens de Raad toonden zij evenwel geen persoonlijke spoedeisendheid aan, omdat de nadelen slaan op individuele cipiers en gedetineerden. Bovendien achtte het Grondwettelijk Hof het wettelijke mechanisme eerder al niet onevenredig. Het besluit blijft bijgevolg van toepassing in afwachting van de bodemprocedure.
Bron: RvS 9 oktober 2026, nr. 267.980. (opent in nieuw tabblad)
Gevangenispersoneel kan voortaan ook tijdens stakingen van maximaal 48 uur door de gouverneur worden opgevorderd om de minimale dienstverlening te waarborgen. De Raad van State heeft een vordering van vakbondsafgevaardigden om die uitbreiding bij hoogdringendheid te schorsen afgewezen.
De wet van 23 maart 2019 legde een minimale dienstverlening op in de Belgische gevangenissen om schendingen van het verbod op onmenselijke behandelingen te voorkomen. Aanvankelijk mochten provinciegouverneurs personeel pas opvorderen wanneer een werkneerlegging langer dan 48 uur duurde. De wetgever liet de Koning evenwel de bevoegdheid om dat opvorderingsmechanisme na een evaluatie uit te breiden naar kortere stakingen.
Die uitbreiding werd vastgelegd in een koninklijk besluit van 20 juli 2026. Twee afgevaardigden van de vakbond ACV-Openbare diensten trokken daarop naar de Raad van State om de schorsing van het besluit te vorderen. Zij voerden aan dat de maatregel het stakingsrecht uitholt en een afschrikkend effect heeft op het personeel, dat bij weigering van een opvordering administratieve sancties riskeert.
Geen eigen nadeel
De Raad van State oordeelt echter dat de verzoekers niet aantonen dat een versnelde schorsingsprocedure vereist is. De ingeroepen nadelen betreffen immers in de eerste plaats de individuele penitentiaire beambten die een opvorderingsbevel kunnen krijgen, en niet de vakbondsafgevaardigden zelf.
Bovendien herinnert de Raad aan eerdere rechtspraak van het Grondwettelijk Hof uit 2021. Dat college oordeelde al dat een uitbreiding van de opvorderingsregeling de vakbondsvrijheid en de sociale dialoog niet onevenredig aantast. Het besluit sluit stakingsacties niet uit en de daadwerkelijke opvordering blijft afhankelijk van concrete beslissingen per inrichting, die op hun beurt individueel kunnen worden aangevochten.
Door de afwijzing van de schorsingsvordering blijft het koninklijk besluit onverkort van kracht. Gevangenisdirecties en gouverneurs kunnen het opvorderingsmechanisme dus ook inzetten bij stakingen van kortere duur, in afwachting van een definitieve uitspraak ten gronde over de nietigverklaring.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvS 9 oktober 2026, nr. 267.980. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.