Administratief rechtOnderwijs

Geslaagde student kan graad van verdienste aanvechten, oordeelt R.Stvb.

De Arteveldehogeschool weigerde het interne beroep van een geslaagde verpleegkundestudent over haar graad van verdienste te behandelen. De R.Stvb. vernietigt die weigering.

A woman in a graduation gown holding a bouquet of roses

Foto: Janay Peters (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) heeft de beslissing van de Arteveldehogeschool vernietigd waarin het interne beroep van een geslaagde verpleegkundestudent over haar graad van verdienste onontvankelijk werd verklaard. Volgens de instelling vormde het niet toekennen van een onderscheiding geen aanvechtbare studievoortgangsbeslissing omdat de student geslaagd was. De raad oordeelt echter dat het wettelijke begrip 'examenbeslissing' ook de wijze van voldoen omvat, waardoor betwistingen over graden van verdienste wel degelijk inhoudelijk moeten worden behandeld.

Bron: R.Stvb. 7 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0057. (opent in nieuw tabblad)

Een afgestudeerde student kan de toekenning van haar graad van verdienste wel degelijk aanvechten via een intern beroep, ook al is zij voor de volledige opleiding geslaagd. Dat bevestigt de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen in een geschil tussen een verpleegkundestudent en de Arteveldehogeschool.

De studente studeerde in het academiejaar 2025-2026 af als bachelor in de verpleegkunde aan de Arteveldehogeschool. Op haar puntenblad stond dat ze geslaagd was op voldoende wijze, maar volgens de studente volstonden haar resultaten in het afstudeerjaar voor een onderscheiding.

Haar diplomasupplement vermeldde dat de graad van verdienste werd berekend op basis van de scores in het vierde opleidingsjaar. De hogeschool paste echter het pas gewijzigde onderwijs- en examenreglement toe, dat uitging van het gemiddelde over de voltallige vierjarige studie, en wees haar interne beroep af als onontvankelijk omdat een geslaagde studente geen examenbeslissing meer zou kunnen betwisten.

De hogeschool wierp voor de raad ook op dat het beroep te laat was ingesteld. De interne beslissing was immers op vrijdag 24 juli om 19.29 uur naar het studentenmailadres verzonden, waardoor de vervaltermijn van zeven dagen volgens de instelling al was verstreken.

Wijze van voldoen

De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) verwerpt die exceptie. Het loutere verzenden van een e-mail levert geen bewijs van aflevering of kennisname op, en bij gebrek aan een ontvangst- of leesbevestiging kon de termijn pas ingaan nadat de studente de e-mail na het weekend effectief had geopend.

Ten gronde oordeelt het administratief rechtscollege dat het eindoordeel over het voldoen voor een opleiding ook betrekking heeft op de wijze van voldoen. Een examencommissie neemt dus een examenbeslissing wanneer zij een graad van verdienste toekent, en een geschil daarover valt onder de wettelijke definitie van een studievoortgangsbeslissing.

De interne beroepsinstantie had het beroep daarom ten gronde moeten beoordelen. De raad merkt daarbij op dat het reglement weliswaar in principe de geldende regels van het lopende academiejaar toepast, maar dat de examencommissie een discretionaire bevoegdheid behoudt om af te wijken. Door zonder overgangsregeling de berekeningswijze in het laatste jaar om te gooien, riskeert de instelling bovendien het gewettigd vertrouwen van studenten te schenden.

De R.Stvb. vernietigt de onontvankelijkverklaring en verplicht de hogeschool om binnen veertien kalenderdagen een nieuwe beslissing te nemen. Hogeronderwijsinstellingen moeten erover waken dat interne beroepscommissies klachten over graden van verdienste ten gronde behandelen, en dat reglementswijzigingen tijdens lopende meerjarige trajecten rekening houden met de rechtmatige verwachtingen van studenten.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: R.Stvb. 7 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0057. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.