Gelijkwaardigheid buitenlands artsendiploma: stopzetting wegens fraude wettig
Toen de Donetsk National Medical University meldde dat zij nooit een diploma had uitgereikt aan de aanvrager, zette NARIC-Vlaanderen het gelijkwaardigheidsonderzoek meteen stop wegens fraude.
Foto: Lewis Keegan (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen bevestigt de beslissing van NARIC-Vlaanderen om een erkenningsaanvraag voor een Oekraïens artsendiploma ambtshalve stop te zetten wegens fraude. Navraag bij de Donetsk National Medical University wees uit dat de instelling nooit een studiebewijs aan de betrokkene had uitgereikt. De Raad oordeelt dat het bestuur de hoorplicht niet schond en dat de administratieve vaststelling van fraude voldoende steunt op de officiële ontkenning van de universiteit, die door de verzoeker niet met overtuigingsstukken werd weerlegd.
Bron: R.Stvb. 7 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0052. (opent in nieuw tabblad)
Een aanvrager die de Vlaamse gelijkwaardigheid vroeg voor een Oekraïens artsendiploma, ving bot nadat de buitenlandse universiteit bevestigde dat het document nooit was uitgereikt. De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen bevestigt dat NARIC-Vlaanderen het onderzoek dan ambtshalve mag afsluiten wegens fraude.
De aanvrager vroeg bij NARIC-Vlaanderen de volledige gelijkwaardigheid aan van een Oekraïens diploma tandheelkunde en geneeskunde, zogezegd uitgereikt door de Donetsk National Medical University. Bij een controle naar de authenticiteit van de stukken nam de administratie rechtstreeks contact op met de Oekraïense universiteit. Die liet formeel weten dat zij nooit een diploma aan de betrokkene had uitgereikt.
Daarop sloot de erkenningsautoriteit het onderzoek ambtshalve af op grond van artikel 11 van het Vlaamse Gelijkwaardigheidsbesluit van 14 juni 2013, weigerde zij toekomstige aanvragen en maakte zij het dossier over aan het parket. De verzoeker vocht die beslissing aan en hekelde een schending van de hoorplicht, de motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel.
Controle bij universiteit
De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) verwerpt al die argumenten. De hoorplicht verplicht een overheidsdienst niet om een aanvrager ambtshalve mondeling te horen zolang de betrokkene schriftelijk zijn standpunt kan toelichten. Bovendien was de aanvrager op 30 april 2026 wel degelijk ontvangen om de originele stukken te overhandigen, waarbij hij alle nuttige informatie had kunnen toevoegen.
Volgens de Raad heeft de overheid haar beslissing ook zorgvuldig voorbereid en afdoende gemotiveerd. Hoewel de strafrechter uiteindelijk oordeelt over valsheid in geschriften, mag de administratie zich baseren op de officiële mededeling van de buitenlandse universiteit. Aangezien de verzoeker die verklaring op geen enkele manier concreet weerlegde met overtuigingsstukken, mocht het erkenningsonderzoek wegens fraude worden stopgezet.
Buitenlandse diploma's worden bij NARIC-Vlaanderen rechtstreeks geverifieerd bij de uitreikende universiteit. Wie een administratieve stopzetting wegens diplomafraude aanvecht, moet de officiële verklaring van die instelling met concrete tegenbewijzen kunnen weerleggen om de beslissing te doen vernietigen.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: R.Stvb. 7 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0052. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.