Gelijkenis met ChatGPT volstaat niet als bewijs van examenfraude, oordeelt R.Stvb.

Een ingenieursstudent van de VUB werd voor twee jaar geschorst wegens vermeend AI-gebruik op schriftelijke examens. De R.Stvb. vernietigt die sanctie omdat loutere vermoedens tekortschieten.

person writing on brown wooden table near white ceramic mug

Foto: Unseen Studio (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) heeft een tuchtbeslissing van de Vrije Universiteit Brussel vernietigd. De universiteit had een student ingenieurswetenschappen uitgesloten en voor twee jaar geschorst omdat zijn schriftelijke examens opvallende gelijkenissen vertoonden met antwoorden van ChatGPT. Volgens de R.Stvb. mogen universiteiten examenfraude weliswaar aantonen via ernstige en samenlopende vermoedens zonder betrapping op heterdaad, maar boden de vaststellingen op de papieren examens onvoldoende bewijs. De instelling hield er immers geen rekening mee dat de student die afwijkende methodes kon hebben opgepikt tijdens het studeren met AI.

Bron: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0039. (opent in nieuw tabblad)

Steeds meer onderwijsinstellingen worstelen met de vraag hoe ze ongeoorloofd gebruik van generatieve artificiële intelligentie kunnen aantonen wanneer een student niet op heterdaad betrapt wordt. De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) brengt nu belangrijke nuance aan in een zaak waarin een student ingenieurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel voor twee academiejaren werd geschorst.

De student legde in het academiejaar 2025-2026 twee klassieke schriftelijke examens af op papier, voor de vakken Toegepaste Elektriciteit en Complexe Analyse. Bij de verbetering meenden de docenten dat er sprake was van examenfraude. Zo telde een uitwerking vijf foutloze pagina's waar de modeloplossing slechts één pagina besloeg, en gaf ChatGPT een nagenoeg identieke redenering en lay-out. Op een ander examen herstelde de student een rekenfout op een wijze die de examinatoren niet konden verklaren, terwijl hij ook wiskundige notaties gebruikte die afweken van het handboek.

De interne beroepsinstantie van de universiteit achtte het gebruik van een niet-toegelaten hulpmiddel bewezen op basis van een reeks vermoedens. Zij legde een onmiddellijke stopzetting van de inschrijving op en ontzegde de student de toegang tot de faculteit voor de academiejaren 2026-2027 en 2027-2028.

Studeren met artificiële intelligentie

De student vocht die beslissing met succes aan bij de R.Stvb. Hij betwistte dat hij tijdens de proeven verboden hulpmiddelen op zak had. Wel toonde hij aan dat hij zich thuis intensief had voorbereid met behulp van ChatGPT. Volgens de student was het logisch dat hij op het examen dezelfde denkstappen en symbolen hanteerde als de chatbot waarmee hij had geoefend.

In zijn arrest van 2 oktober 2026 bevestigt de R.Stvb. dat een onderwijsinstelling geen betrapping op heterdaad nodig heeft om fraude te bestraffen. Examenfraude mag juridisch worden afgeleid uit ernstige, samenlopende en niet-weerlegde vermoedens. Die vermoedens kunnen ook pas ontstaan tijdens de inhoudelijke verbetering van een examen.

Toch oordeelt de Raad dat de universiteit in dit dossier te ver ging. Bij een klassiek schriftelijk examen met pen en papier is het gebruik van een AI-hulpmiddel aanzienlijk omslachtiger dan bij een digitale test op een laptop. Bovendien kon de universiteit niet uitsluiten dat de opmerkelijke gelijkenissen simpelweg het gevolg waren van het eerdere studeergedrag van de student. Hoewel de foutloze pagina's en plotse correcties vragen oproepen, bereikten de aanwijzingen daardoor niet de vereiste graad van ernstige en overeenstemmende vermoedens.

Onderwijsinstellingen mogen studenten nog steeds sanctioneren op basis van inhoudelijke aanwijzingen in hun examenkopij, maar moeten aannemelijke alternatieve verklaringen zorgvuldig onderzoeken en uitsluiten. Wie examenfraude wil bewijzen zonder materiële sporen of heterdaad, zal meer moeten voorleggen dan louter inhoudelijke gelijkenissen met een AI-tekst.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0039. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.