Foutieve vrachtopgave: zeevervoerder geniet driejarige verjaringstermijn
Een zeevervoerder die 19.500 euro misliep door verkeerd aangegeven houtvolumes uit Kameroen, verliest zijn vordering niet na één jaar. Het Hof van Cassatie bevestigt dat een driejarige verjaringstermijn geldt.
Foto: Zalfa Imani (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Het Hof van Cassatie oordeelt dat een vordering van een zeevervoerder wegens foutief opgegeven laadgewichten pas na drie jaar verjaart, en niet na één jaar. Wanneer een afzender aanzienlijk lagere volumes meldt dan in werkelijkheid verscheept, schendt hij zijn wettelijke informatieplicht. Zelfs als de zeevervoerder zijn schade begroot op het bedrag van de gederfde vrachtgelden, blijft dit een contractuele aansprakelijkheidsvordering onder het cognossement waarop de driejarige termijn van de Zeewet van toepassing is.
Bron: Cass. 9 oktober 2026, nr. C.25.0122.N. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een verlader aanzienlijk minder gewicht opgeeft dan hij daadwerkelijk verscheept, mag de zeevervoerder zijn schadevergoeding vorderen binnen de driejarige termijn van het cognossement. Dat heeft het Hof van Cassatie geoordeeld in een geschil rond houttransporten uit Kameroen, waarbij de vervoerder ruim 19.500 euro misliep.
De zaak draait om zes partijen hout die in de nazomer van 2011 per schip vanuit Kameroen naar Antwerpen werden vervoerd. Na een douanecontrole bleek dat de aangegeven volumes aanzienlijk lager lagen dan het werkelijk geladen hout. Zo was voor één zending ruim 106 kubieke meter aangegeven, terwijl er bijna 230 kubieke meter aan boord bleek te zijn.
Zeevervoerder Maersk Line Belgium vorderde daarop ruim 19.500 euro van de Belgische invoerder, berekend op basis van de gederfde vrachtgelden voor het meergewicht. De invoerder wierp echter de verjaring op. Volgens de toen geldende Zeewet verjaart een vordering tot betaling van vrachtprijs immers al na één jaar na het einde van de reis.
Geen vrachtprijs maar schadevergoeding
Het hof van beroep te Antwerpen oordeelde dat de vordering niet na één jaar, maar pas na drie jaar verjaart. Het Hof van Cassatie bevestigt die lezing nu definitief.
Volgens het Hof verplicht de Zeewet de afzender om in te staan voor de juistheid van het opgegeven gewicht en de vervoerder schadeloos te stellen voor alle schade door onjuiste opgaven. Wanneer een afzender te lage gewichten doorgeeft en de vervoerder schade lijdt door het transport van die grotere volumes, gaat het om een aansprakelijkheidsvordering wegens schending van de informatieplicht.
Dat de zeevervoerder zijn schade begroot op het bedrag van de misgelopen vrachtgelden, verandert de aard van de vordering niet. De aanspraak vloeit voort uit het cognossement en valt daardoor onder de driejarige verjaringstermijn, aldus het Hof.
Voor zeevervoerders en expediteurs bevestigt dit arrest dat vorderingen wegens verkeerd opgegeven tonnages of volumes niet snel verjaren onder de korte eenjarige termijn voor gewone vrachtbetalingen. Wie geconfronteerd wordt met gewichtsfraude of foutieve laadgegevens, behoudt drie jaar de tijd om de geleden transportschade te verhalen.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Cass. 9 oktober 2026, nr. C.25.0122.N. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.