Fiscale schulden na faillissement: crisismanager niet persoonlijk aansprakelijk
De fiscus probeerde ruim 213.000 euro aan achterstallige bedrijfsvoorheffing en btw te verhalen op een crisismanager na een faillissement. De ondernemingsrechtbank Antwerpen wees de aansprakelijkheidsvordering integraal af.
Foto: Peter Lam CH (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De ondernemingsrechtbank Antwerpen heeft een aansprakelijkheidsvordering van de Belgische Staat tegen een voormalig bestuurder integraal afgewezen. De fiscus vorderde vergoeding voor ruim 213.000 euro aan achterstallige bedrijfsvoorheffing en btw na het faillissement van een aannemingsbedrijf. Volgens de rechtbank toonde de administratie echter geen persoonlijke fout of causaal verband aan. De bestuurder handelde als crisismanager, zocht actief naar continuïteit en zag zijn herstelplan doorkruist door het plotse overlijden van de belangrijkste financier.
Bron: Orb. Antwerpen 8 juli 2026, nr. A/25/03675. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een onderneming failliet gaat met een aanzienlijke belastingschuld, probeert de fiscus geregeld het openstaande saldo te verhalen op de bestuurder. De ondernemingsrechtbank Antwerpen oordeelde op 8 juli 2026 dat het loutere bestaan van 21 maanden onbetaalde bedrijfsvoorheffing en btw niet volstaat om een bestuurder een persoonlijke fout aan te wrijven.
De zaak draaide om een aannemersbedrijf gespecialiseerd in het plaatsen van ramen, deuren en keukens. De verweerder trad begin 2019 aan als gedelegeerd bestuurder om orde op zaken te stellen in de verlieslatende onderneming. Ondanks saneringsplannen en opvolging door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden ging het bedrijf in oktober 2024 failliet, nadat de belangrijkste aandeelhouder en geldschieter plots was overleden.
Na het faillissement stelde de fiscus een aanzienlijke achterstand vast: ruim 6.000 euro aan btw en meer dan 184.000 euro aan hoofdsom bedrijfsvoorheffing over een periode van 21 maanden, met intresten opgelopen tot ruim 213.000 euro. De Belgische Staat dagvaardde de bestuurder op grond van artikel 1382 van het oud Burgerlijk Wetboek om hem persoonlijk te doen opdraaien voor de schade.
Geen structurele financiering
De rechtbank wees die vordering resoluut af. De rechter benadrukte dat de niet-betaling van belastingschulden in de eerste plaats een tekortkoming is van de vennootschap als rechtspersoon. Om een bestuurder persoonlijk aansprakelijk te stellen, moet de overheid bewijzen dat hij een fout beging die afwijkt van wat een normaal zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden had gedaan.
Van een bewuste keuze om fiscale schuldeisers te benadelen of de staatskas als goedkoop krediet te gebruiken, bleek niets uit het dossier. De bestuurder had zich integendeel actief geïnformeerd bij de FOD Financiën. Die leverde begin 2024 zelfs nog een fiscaal attest af waaruit bleek dat er geen achterstallen waren.
Toen later toch twijfel rees, vroeg de bestuurder zelf verduidelijking aan de administratie, maar die kon door de invoering van een nieuw computersysteem geen uitsluitsel geven. De kohieren en betaalberichten werden pas na het faillissement opgesteld en uitvoerbaar verklaard.
Daarnaast ontbrak volgens de rechtbank elk causaal verband. De vennootschap kende al zware verliezen vóór het aantreden van de crisismanager en werd overeind gehouden door de hoofdaandeelhouder. Het wegvallen van diens financiering na zijn overlijden was de werkelijke oorzaak van het faillissement, niet het beleid van de bestuurder.
Het vonnis bevestigt dat de fiscus een bestuurder niet automatisch kan aanspreken voor achterstallige vennootschapsbelastingen onder het gemeen aansprakelijkheidsrecht. Zolang een crisismanager actief zoekt naar oplossingen, de continuïteit probeert te vrijwaren en niet doelbewust belastingen achterhoudt als financieringsbron, kan de overheid haar vordering bij een faillissement niet zomaar op het privévermogen van het bestuur verhalen.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Orb. Antwerpen 8 juli 2026, nr. A/25/03675. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.