Vennootschapsrecht

Faillissement ingetrokken wegens tijdelijke betalingsmoeilijkheden, beslist Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel

Nadat een onderneming bij verstek failliet was verklaard op vraag van de fiscus, toonde zij aan dat aandeelhouders nieuw kapitaal hadden ingebracht. De rechtbank trekt het faillissement in, maar legt de kosten bij de vennootschap zelf.

Desk with calculator, charts, and binders

Foto: Cht Gsml (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel heeft het faillissement van een startende vennootschap ingetrokken na een geslaagd verzet tegen een eerder verstekvonnis. De rechtbank stelde vast dat niet voldaan was aan de faillissementsvoorwaarden uit het Wetboek van Economisch Recht. De grootste schuld werd ernstig betwist en voor de overige schulden stonden de nodige fondsen al op de derdenrekening van de raadslieden. Omdat aandeelhouders vers kapitaal inbrachten en er uitzicht is op een rendabele exploitatie zodra vergunningen rond zijn, was de betalingsstaking niet duurzaam en het krediet niet geschokt. Wel moet de vennootschap opdraaien voor de faillissements- en curatorkosten wegens haar eerdere nalatigheid.

Bron: Orb. Brussel (Nl.) 10 juli 2026, nr. O/2026/01384-20260604. (opent in nieuw tabblad)

Wanneer een onderneming bij verstek failliet wordt verklaard, kan zij dat vonnis via de procedure van verzet alsnog ongedaan maken. De Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel boog zich over een dossier waarin de fiscus het faillissement had uitgelokt, terwijl de onderneming volop investeerde in de opstart van haar activiteiten.

De onderneming werd op 12 mei 2026 bij verstek failliet verklaard na een dagvaarding door de invorderingsdiensten van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. De vennootschap liet het daar niet bij en tekende tijdig verzet aan tegen die beslissing.

Uit het onderzoek ter zitting bleek dat de onderneming zich nog in een opstart- en investeringsfase bevond. Haar operationele activiteiten konden nog niet starten in afwachting van de vereiste vergunningen, maar er bestond een reëel vooruitzicht dat de exploitatie nadien rendabel zou verlopen.

Bovendien bleek de grootste openstaande schuldvordering ernstig betwist te worden. Voor de overige schuldeisers hadden de raadslieden van de vennootschap intussen voldoende provisies ontvangen op hun derdenrekening, met de uitdrukkelijke opdracht om bij een intrekking onmiddellijk tot betaling over te gaan. Zowel de fiscus als de aangestelde curator verklaarden zich daarop akkoord met de intrekking.

Voorwaarden niet vervuld

De rechtbank herinnerde eraan dat artikel XX.99 van het Wetboek van Economisch Recht (WER) vereist dat een onderneming op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en dat haar krediet geschokt is. Deze twee voorwaarden hangen nauw samen: louter voorbijgaande betalingsmoeilijkheden volstaan niet voor een faillietverklaring.

Aangezien de aandeelhouders recent aanzienlijke middelen hadden ingebracht en de vennootschap op korte termijn het niet-betwiste passief kon aanzuiveren, was het krediet geenszins geschokt. De toestand van faillissement bestond op de datum van het verstekvonnis in werkelijkheid dan ook niet.

Toch blijft de herroeping niet zonder financiële gevolgen voor het bedrijf. Onder verwijzing naar vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie oordeelde de rechtbank dat de onderneming de foute situatie zelf had gecreëerd door aanmaningen te negeren en niet te verschijnen. Zij werd daarom veroordeeld tot alle gerechtskosten en de kosten en erelonen van de curator.

Deze uitspraak bevestigt dat een faillissement kan worden rechtgezet wanneer een onderneming aantoont dat haar liquiditeitsproblemen van voorbijgaande aard zijn en schulden gedekt zijn. Bedrijven die nalaten tijdig te reageren op aanmaningen of dagvaardingen, betalen daarvoor echter het gelag door alsnog op te draaien voor alle kosten van de curator en de rechtspleging.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Orb. Brussel (Nl.) 10 juli 2026, nr. O/2026/01384-20260604. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.