Faillissement ingetrokken na betaling belastingschuld, beslist Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel
Een transportbedrijf dat bij verstek failliet werd verklaard voor een fiscale schuld van 24.402,76 euro, ziet die beslissing ongedaan gemaakt na betaling. De ondernemer moet wel zelf opdraaien voor de curatorkosten van 1.950 euro.
Foto: Zieben VH (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel heeft het faillissement van een transportbedrijf ingetrokken nadat de onderneming verzet had aangetekend tegen een verstekvonnis. De fiscus had het faillissement gevorderd wegens ruim 24.000 euro aan achterstallige btw en vennootschapsbelasting. Doordat de vennootschap deze hoofdschuld na het vonnis integraal aanzuiverde en aantoonde dat zij over voldoende liquiditeiten en een doorlopende omzet beschikt, oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van een duurzame staking van betaling of geschokt krediet. Wel moet de vennootschap de kosten van de curator dragen en blijft zij onder toezicht staan.
Bron: Orb. Brussel (Nl.) 31 juli 2026, nr. O/26/01515. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een onderneming bij verstek failliet wordt verklaard op vordering van de fiscus, kan een snel verzet het tij soms nog keren. De Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel boog zich over de vraag of een transportvennootschap alsnog aan de faling kon ontsnappen door haar voornaamste belastingschuld na het vonnis meteen te betalen.
De transportonderneming werd op 16 juni 2026 bij verstek failliet verklaard nadat de FOD Financiën haar had gedagvaard. Aanleiding was een openstaande schuld van 24.402,76 euro aan btw en vennootschapsbelasting, aangevuld met een nog niet ingekohierde btw-schuld van 4.566,95 euro.
De vennootschap tekende op 9 juli 2026 verzet aan en vroeg de intrekking van het faillissement. Zowel de curator als de rechter-commissaris adviseerden negatief, onder meer omdat er nog andere schulden openstonden en de jaarrekening van 2025 pas op het allerlaatste moment was neergelegd.
Geen geschokt krediet
Ter zitting bleek echter dat de onderneming de initiële belastingschuld van 24.402,76 euro intussen volledig had voldaan. Voor de overige fiscale vorderingen, waaronder een schuld bij de Vlaamse Belastingdienst van 4.968,93 euro, kon de onderneming aantonen dat er 7.391,75 euro op haar bankrekening stond en dat zij nog aanzienlijke facturen kon innen.
Hoewel de financiële toestand niet optimaal was, toonde de neergelegde balans volgens de rechtbank aan dat er reële omzet wordt gedraaid. De rechtbank oordeelde daarom dat de voorwaarden voor een faillissement uit artikel XX.99 van het Wetboek van Economisch Recht niet vervuld waren: er was geen sprake van een duurzame staking van betaling of een geschokt krediet.
Omdat het faillissement uitsluitend te wijten was aan de nalatigheid van het bedrijf, dat herhaalde aanmaningen negeerde en bij verstek liet veroordelen, legde de rechtbank de kosten integraal bij de vennootschap. Zij moet onder meer de erelonen en kosten van de curator betalen, begroot op 1.950,00 euro exclusief btw.
Ondernemingen die na een faillietverklaring bij verstek alsnog betalen, kunnen het faillissement laten intrekken indien zij aantonen dat hun krediet niet definitief geschokt is. Wel blijven zij zelf aansprakelijk voor de veroorzaakte kosten van de curatele en kan de rechtbank hen onder toezicht plaatsen van de Kamer voor Ondernemingen in Moeilijkheden.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Orb. Brussel (Nl.) 31 juli 2026, nr. O/26/01515. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.