Examenbetwisting na tuchtconflict: beroepsorgaan mag tuchtdossier betrekken
Een student die na een tuchtconflict zijn stage niet aanvatte, kreeg voor twee vakken een onvoldoende en een 'niet afgelegd'. De R.Stvb. bevestigt dat het interne beroepsorgaan de feitelijke gevolgen van de tuchtbeslissing mocht laten doorwegen.
Foto: Allen Y (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.) heeft het beroep verworpen van een student orthopedagogische begeleiding tegen zijn examenresultaten aan de Katholieke Hogeschool Vives Zuid. De student had zijn stage niet aangevat na een conflict met de opleiding en het weigeren van een herstelopdracht uit een tuchtdossier, waardoor hij een 'niet afgelegd' en een 8 op 20 kreeg. De Raad oordeelt dat het interne beroepsorgaan de tuchtsanctie weliswaar niet inhoudelijk mag herbeoordelen, maar de feitelijke gevolgen van die definitieve beslissing wel mag laten meewegen om vast te stellen dat de vereiste praktijkopdrachten niet zijn uitgevoerd.
Bron: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0041. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een student door een aanslepend tuchtconflict zijn stage niet opstart, rijst de vraag in hoeverre een examenorgaan die feiten mag betrekken bij de studievoortgang. De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen boog zich over een dossier waarin een student voor twee praktijkvakken strandde op respectievelijk een 'niet afgelegd' en een cijfer van 8 op 20. De Raad oordeelt dat het interne beroepsorgaan de feitelijke gevolgen van een definitieve tuchtbeslissing wettig in aanmerking mag nemen bij de examenbeoordeling.
De student was ingeschreven in het graduaat in de orthopedagogische begeleiding aan de Katholieke Hogeschool Vives Zuid. Na een onvoldoende van 6 op 20 voor het vak Praktijk 2 in het eerste semester diende hij dat onderdeel te herkansen en gelijktijdig het opleidingsonderdeel Praktijk 3 op te nemen.
Tussen de student en de hogeschool ontstond intussen een conflict over het stageoverleg, waarbij de student weigerde om fysiek overleg te plegen en uitsluitend schriftelijke communicatie eiste. De interne tuchtcommissie van de instelling legde hem daarop een herstelgerichte opdracht op om een fysiek gesprek aan te gaan, maar de student voerde die opdracht niet uit en startte de stage niet op.
De examencommissie kende voor Praktijk 3 vervolgens de vermelding 'niet afgelegd' toe en gaf voor het vak Creatief en expressief begeleiden een score van 8 op 20, omdat de vereiste praktijkactiviteit ontbrak. Nadat het interne beroepsorgaan van de hogeschool zijn bezwaar ongegrond had verklaard, trok de student naar de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen (R.Stvb.).
Aparte procedures
De student voerde onder meer aan dat de interne beroepscommissie tegenstrijdig redeneerde. Volgens hem kon de commissie niet enerzijds stellen dat zij tuchtbeslissingen niet inhoudelijk mocht herbeoordelen, en anderzijds precies dat tuchtdossier gebruiken om zijn studieachterstand aan hem toe te rekenen.
De Raad volgt die redenering niet. Hoewel een tuchtprocedure en een intern examenberoep twee afzonderlijke procedures zijn met elk een eigen bevoegdheidsdomein, belet dat niet dat het examenberoepsorgaan rekening houdt met de feitelijke situatie die uit een definitieve tuchtbeslissing voortvloeit.
Dat de student de herstelopdracht niet had uitgevoerd en de stage daardoor feitelijk niet had aangevat, vormt een vaststaand en objectief gegeven. Ook bij het vak Creatief en expressief begeleiden steunde het cijfer op de objectieve vaststelling dat het verplichte uitvoeringsdeel ontbrak, waardoor de interne beroepscommissie binnen haar bevoegdheid bleef.
Deze uitspraak bevestigt dat een student de feitelijke weerslag van een definitieve tuchtsanctie niet via een latere examenbetwisting kan neutraliseren. Hogeronderwijsinstellingen mogen de niet-uitvoering van stage- of praktijkvakken vaststellen en sanctioneren in het examencijfer, zolang de beoordeling zelf steunt op vooraf vastgelegde evaluatiecriteria.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: R.Stvb. 2 oktober 2026, nr. R.Stvb.-2627-0041. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.