Derde-beslagene wordt rechtstreeks schuldenaar na negeren van uitvoerend beslag
Een vennootschap die naliet een verklaring van derde-beslagene af te leggen en de schuldenaar bleef betalen, moet een alimentatieschuld van 16.432,58 euro zelf aanzuiveren.
Foto: Annie Spratt (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel heeft een vennootschap veroordeeld tot gewoon schuldenaar voor een niet-fiscale alimentatieschuld van 16.432,58 euro. De Belgische Staat had in april 2024 uitvoerend beslag onder derden gelegd bij de onderneming, maar die weigerde een verklaring van derde-beslagene in te dienen en bleef betalingen verrichten aan de oorspronkelijke schuldenaar. Na dagvaarding sloten partijen ter zitting een akkoord over afbetalingstermijnen, waaraan de beslagrechter akte verleende conform de dagvaarding.
Bron: Rb. Brussel (Nl.) 30 juni 2026, nr. 2026/1896/A. (opent in nieuw tabblad)
Wie een uitvoerend beslag onder derden negeert en toch doorgaat met betalingen aan de schuldenaar, kan zelf opdraaien voor de volledige schuld. De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel bevestigde dat principe in een geschil over een openstaande alimentatieschuld van ruim 16.000 euro.
De Belgische Staat legde in april 2024 via een gerechtsdeurwaarder uitvoerend beslag onder derden bij een vennootschap. De vordering van de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) bedroeg 16.432,58 euro en had betrekking op achterstallig onderhoudsgeld van een schuldenaar.
De aangeschreven vennootschap verzuimde echter om binnen de wettelijke termijn de verplichte verklaring van derde-beslagene in te dienen. Zelfs na een formele tegenaanzegging en een herinnering bleef een reactie uit. Bovendien bleef het bedrijf intussen betalingen uitvoeren aan de beslagen schuldenaar zelf.
Daarop dagvaardde de fiscus de vennootschap voor de beslagrechter om haar tot gewoon schuldenaar te horen verklaren voor de integrale schuld. Ter zitting bereikten beide partijen alsnog een akkoord, waarbij de onderneming instemde met de vordering conform de dagvaarding onder toekenning van afbetalingstermijnen.
De rechtbank verleende akte van die overeenkomst en verklaarde het bedrijf tot rechtstreeks schuldenaar voor de volledige 16.432,58 euro, vermeerderd met gerechtelijke intresten. Voor de proceskosten oordeelde de beslagrechter dat een vordering tot schuldenaarsverklaring deels niet in geld waardeerbaar is en deels wel, waardoor de hoogste toepasselijke basisrechtsplegingsvergoeding verschuldigd was.
Wie als derde een uitvoerend beslag ontvangt, riskeert bij stilzitten of voortgezette uitbetalingen aan de schuldenaar zélf op te draaien voor diens volledige schuld. Een tijdige en correcte verklaring van derde-beslagene blijft essentieel om rechtstreekse aansprakelijkheid te vermijden.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Rb. Brussel (Nl.) 30 juni 2026, nr. 2026/1896/A. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.