Deputaties riskeren bevoegdheidsoverschrijding door ongeldige termijnverlenging in Omgevingsloket
De deputatie van Antwerpen besliste op 9 oktober 2025 over een omgevingsvergunning voor negen kamerwoningen, ruim een maand na het verstrijken van de wettelijke termijn. De Raad voor Vergunningsbetwistingen heropent ambtshalve de debatten over een mogelijke bevoegdheidsoverschrijding.
Foto: alpha innotec (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) heeft de debatten heropend in een beroep tegen een omgevingsvergunning voor de renovatie van een Antwerps herenhuis tot negen kamerwoningen. De deputatie van Antwerpen verlengde de beslissingstermijn in het Omgevingsloket een tweede keer met zestig dagen wegens een nieuw openbaar onderzoek, maar dat onderzoek vond nooit plaats. Volgens de Raad verstreek de wettelijke termijn daardoor al op 5 september 2025 in plaats van 4 november 2025. Omdat de deputatie pas op 9 oktober 2025 besliste, was het beroep vermoedelijk al van rechtswege afgewezen en handelde het provinciebestuur buiten zijn bevoegdheid.
Bron: RvVb 1 oktober 2026, nr. RvVb-2627-0097. (opent in nieuw tabblad)
Loketberichten die een beslissingstermijn verlengen zonder dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, kunnen een omgevingsvergunning zwaar hypothekeren. Dat blijkt uit een tussenarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) over de verbouwing van een herenhuis in de Antwerpse Lamorinièrestraat naar negen kamerwoningen. De deputatie van de provincie Antwerpen vergunde het project in beroep, maar lijkt haar beslissingstermijn ruimschoots te hebben overschreden.
In eerste administratieve aanleg verleende het college van burgemeester en schepenen van Antwerpen een vergunning voor de renovatie van het pand en de plaatsing van twee warmtepompen. Een omwonende tekende op 11 april 2025 administratief beroep aan bij de provincie. Omdat het om een vereenvoudigde procedure ging, bedroeg de initiële beslissingstermijn zestig dagen, die op 7 juli 2025 zou aflopen.
De vergunningsaanvrager verzocht daarop tijdig om een eenmalige termijnverlenging met zestig dagen, waardoor de uiterste beslissingsdatum verschoof naar 5 september 2025. Vervolgens diende de aanvrager op 10 juli 2025 gewijzigde plannen in om tegemoet te komen aan eerdere bezwaren.
Fictief openbaar onderzoek
Na die projectwijziging paste de deputatie de uiterste datum in het Omgevingsloket opnieuw aan, ditmaal naar 4 november 2025. Als motivering gaf het provinciebestuur aan dat er een nieuw openbaar onderzoek georganiseerd zou worden.
Dat openbaar onderzoek werd echter nooit georganiseerd. De provincie meldde vrijwel meteen aan de stad Antwerpen dat het bericht op het loket foutief was en dat enkel de aanpalende buren om een standpunt moesten worden gevraagd. Ook in haar uiteindelijke vergunningsbeslissing van 9 oktober 2025 bevestigde de deputatie dat er geen openbaar onderzoek nodig was en dat de wijzigingen niet tot een termijnverlenging leidden.
Vervallen bevoegdheid
Toch nam de deputatie pas op 9 oktober 2025 haar beslissing. De Raad voor Vergunningsbetwistingen stelt nu ambtshalve vast dat de wettelijke beslissingstermijn al op 5 september 2025 onherroepelijk was verstreken.
Wanneer een overheid in beroep niet tijdig beslist, bepaalt artikel 66 van het Omgevingsvergunningsdecreet dat het administratief beroep van rechtswege geacht wordt te zijn afgewezen. De oorspronkelijke vergunning van het schepencollege werd op dat moment definitief. De deputatie was op 9 oktober 2025 dan ook temporeel niet meer bevoegd om nog een uitdrukkelijke beslissing te nemen.
Omdat de temporele bevoegdheid van de overheid de openbare orde raakt, beveelt de Raad een heropening van de debatten zodat de partijen hierover standpunt kunnen innemen. Voor vergunningverleners en aanvragers onderstreept het tussenarrest dat een loutere statuswijziging in het Omgevingsloket een vervaltermijn niet stuit wanneer de feitelijke grondslag voor die verlenging ontbreekt.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvVb 1 oktober 2026, nr. RvVb-2627-0097. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.