Conflicten tussen collega's vormen niet automatisch pesterijen, oordeelt Ger.EU
Een medewerker van de Europese Investeringsbank hekelde twintig incidenten met een naaste collega, maar zag zijn klacht afgewezen. Het Gerecht bevestigt dat moeilijke werkrelaties op zich geen pesterijen bewijzen.
Foto: Craig Lovelidge (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Het Gerecht van de Europese Unie heeft het beroep verworpen van een personeelslid van de Europese Investeringsbank dat zijn werkgever verweet een formele klacht wegens pesterijen onontvankelijk te hebben verklaard. De betrokkene had twintig incidenten met een collega aangekaart, waaronder kritische mails en meningsverschillen over projecten. Volgens het Gerecht tonen de feiten enkel een conflictueuze werkrelatie aan en ontbreekt het vereiste begin van bewijs van objectief grensoverschrijdend gedrag, waardoor de bank niet verplicht was een diepgaand onderzoek in te stellen.
Bron: Ger.EU 21 oktober 2026, nr. T-199/25. (opent in nieuw tabblad)
Een medewerker van de Europese Investeringsbank ving bot bij de rechter nadat zijn werkgever weigerde een intern onderzoek te openen naar een reeks geschillen met een collega. Het Gerecht van de Europese Unie (Ger.EU) verduidelijkt dat zakelijke spanningen en discussies over taken geen begin van bewijs van pesterijen vormen.
Een werknemer van de Europese Investeringsbank (EIB) diende in de zomer van 2024 een formele klacht in tegen een directe collega binnen dezelfde afdeling. Volgens de klager maakte de collega zich schuldig aan pesterijen op het werk. Hij somde aanvankelijk negentien en later nog een twintigste incident op, waaronder het isoleren op de werkvloer, kritische opmerkingen en een e-mailbericht tijdens zijn ziekteverlof.
De EIB wees de klacht onontvankelijk af zonder een diepgaand intern onderzoek te openen. Volgens het beleid van de bank rond de menselijke waardigheid op het werk moet een klager immers minstens een begin van bewijs voorleggen. Omdat de bank oordeelde dat die minimale bewijskracht ontbrak, stapte de betrokkene naar de rechter en eiste hij een morele schadevergoeding van 20.000 euro.
Geen buitensporig gedrag
Het Gerecht oordeelt dat moeilijke of conflictueuze werkrelaties tussen collega's op zichzelf niet volstaan om pesterijen aan te tonen. Gedrag is pas laakbaar wanneer een onpartijdige en redelijke waarnemer met een normale gevoeligheid het optreden als buitensporig en grensoverschrijdend zou ervaren.
De aangevoerde feiten vallen volgens de rechters binnen het normale kader van samenwerking op de werkvloer. Zo bleek uit het gewraakte e-mailbericht tijdens het ziekteverlof dat de collega enkel vroeg om na terugkeer tijd in te plannen voor een dossier, zonder te eisen dat er tijdens het verlof gewerkt werd. Ook discussies over taakverdelingen of zakelijke meningsverschillen over nota's tonen geen stelselmatige uitsluiting of kwade trouw aan.
Omdat de aangevoerde feiten zelfs bij bewezenverklaring geen pesterijen kunnen opleveren, hoefde de bank geen onderzoeksteam in te schakelen. Ook de laattijdigheid van de afwijzingsbeslissing tast de wettigheid niet aan, aangezien de uitkomst bij een snellere behandeling identiek was geweest.
De uitspraak bevestigt de strikte bewijsdrempel bij pesterijklachten binnen Europese instellingen en organen. Wie een formeel onderzoek eist naar grensoverschrijdend gedrag, moet concrete aanwijzingen van objectief ontwrichtend gedrag voorleggen; loutere wrijvingen, inhoudelijke kritiek of subjectief ervaren spanningen volstaan niet.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Ger.EU 21 oktober 2026, nr. T-199/25. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.