Btw-schuld na faillissement: bestuurder niet aansprakelijk voor fiscale boetes
De fiscus eiste bijna 150.000 euro van de bestuurster van een failliete vennootschap wegens achterstallige btw. Het hof van beroep Antwerpen herleidt die aansprakelijkheid tot 84.000 euro.
Foto: StellrWeb (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Bestuurders die door de fiscus hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor achterstallige btw van hun gefailleerde vennootschap, draaien niet op voor de opgelegde administratieve boetes. Dat heeft het hof van beroep Antwerpen beslist. Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (WMGI) beperkt de wettelijke aansprakelijkheid immers tot de btw in hoofdsom, de wettelijke nalatigheidsinteresten en de kosten op die hoofdsom. Omdat de bestuurster bovendien aantoonde dat ze in de beginperiode nog ernstige reddingspogingen ondernam, werd de aansprakelijkheid voor het eerste kwartaal kwijtgescholden.
Bron: HvB Antwerpen 3 september 2026, nr. 2025/AR/1380. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer een vennootschap failliet gaat met openstaande btw-schulden, klopt de fiscus vaak aan bij het bestuur om de achterstallen persoonlijk te recupereren. In een recent geschil eiste de Belgische Staat bijna 150.000 euro van een zaakvoerster van een failliete vennootschap uit het arrondissement Turnhout. Het hof van beroep Antwerpen snoeit die claim aanzienlijk terug.
De vennootschap in kwestie stapelde over vijf opeenvolgende kwartalen btw-schulden op, goed voor 118.753,76 euro aan hoofdsom. Met administratieve boetes, intresten en kosten erbij vorderde de ontvanger 149.713,42 euro van de bestuurster op grond van artikel 51 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (WMGI).
Bij herhaalde niet-betaling van minstens twee opeisbare btw-schulden op een jaar vermoedt de wet automatisch dat het bestuur een bestuursfout beging. De bestuurster voerde aan dat de achterstand het gevolg was van de coronamaatregelen en betalingsmoeilijkheden, maar die uitzondering geldt enkel wanneer die problemen rechtstreeks tot het faillissement leidden. De betalingsachterstand sleepte hier echter al meer dan een jaar voor het faillissement aan.
Kunstmatig krediet
Toch oordeelt het hof dat het foutvermoeden voor het eerste kwartaal werd weerlegd. De zaakvoerster toonde aan dat ze in die beginfase concrete besparingsmaatregelen nam, zoals het huren van een goedkopere opslagruimte en personeelsinkrimping, en nog deelbetalingen uitvoerde. Voor die vroege periode kan haar geen bestuursfout worden verweten.
Vanaf maart 2023 veranderde dat beeld grondig. De bestuurster gaf zelf toe dat ze lonen en leveranciers prioritair betaalde en de btw doelbewust onbetaald liet. Door de btw niet door te storten, verschafte ze de vennootschap een onrechtmatig krediet ten laste van de Schatkist, zonder realistisch uitzicht op beterschap. Vanaf dat moment was er volgens het hof wel sprake van een duidelijke fout.
Tot slot stelt het hof vast dat de eerste rechter ten onrechte ook de fiscale boetes van ruim 18.000 euro en de intresten daarop had toegekend. De wettelijke aansprakelijkheidsregeling van artikel 51 WMGI viseert uitsluitend de hoofdsom en de intresten daarop, niet de administratieve boetes. Daardoor daalt de totale veroordeling van de bestuurster naar 83.905,97 euro.
Voor bestuurders en curatoren bevestigt het arrest dat de fiscus bij een aansprakelijkheidsvordering niet zomaar boetes kan doorschuiven naar het bestuursorgaan. Bestuurders die met liquiditeitsproblemen kampen, moeten er bovendien over waken dat ze de fiscus niet alsStructurele bankfinanciering gebruiken: leveranciers betalen ten koste van de btw leidt vrijwel automatisch tot persoonlijke aansprakelijkheid.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: HvB Antwerpen 3 september 2026, nr. 2025/AR/1380. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.