Grondwettelijk rechtGelijkheid & non-discriminatieSociaal recht

Brusselse gezinnen met eigen woning behouden recht op sociale toeslag

Een Brusselse moeder met vier kinderen verloor haar sociale toeslag bovenop de kinderbijslag omdat het kadastraal inkomen van haar woning de grens van 2.000 euro overschreed. Het Grondwettelijk Hof verklaart die regeling strijdig met het gelijkheidsbeginsel.

brown and white concrete building under blue sky during daytime

Foto: Ivan Borinschi (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de Brusselse kinderbijslagregeling het gelijkheidsbeginsel schendt door het kadastraal inkomen van de eigen gezinswoning mee te tellen voor het uitsluitingsplafond van sociale toeslagen. Een woning die als hoofdverblijfplaats dient, levert immers geen werkelijke inkomsten op en zadelt gezinnen vaak op met hypotheeklasten die vergelijkbaar zijn met huurlasten. Het zonder onderscheid meerekenen van dit kadastraal inkomen ontneemt kwetsbare gezinnen onterecht de sociale toeslag bovenop hun gezinsbijslag.

Bron: GwH 22 oktober 2026, nr. 119/2026. (opent in nieuw tabblad)

Gezinnen met een laag inkomen mogen hun recht op een sociale toeslag bovenop de kinderbijslag niet verliezen louter omdat het kadastraal inkomen van hun gezinswoning een vast plafond overschrijdt. Dat heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld in een zaak van een Brusselse alleenstaande moeder met vier kinderen.

De zaak draait rond een Brusselse alleenstaande moeder van vier kinderen. Zij bezit de gezinswoning waarin zij met haar kinderen woont, samen met de helft van een tweede pand dat geen huurinkomsten genereert.

Haar uitbetaler van de gezinsbijslag, de vzw Parentia Brussels, schrapte haar sociale toeslagen bovenop de kinderbijslag. De totale som van haar kadastrale inkomens lag namelijk hoger dan het wettelijk vastgestelde grensbedrag van 2.000 euro.

Volgens de ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vervalt de sociale toeslag automatisch zodra de kadastrale inkomens die grens overschrijden. De Brusselse wetgever hield daarbij geen rekening met het specifieke karakter van de eigen woning, na eerdere mislukte pogingen om fiscale data hierover geautomatiseerd uit te wisselen.

De moeder vocht die schrapping aan voor de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel. Die legde vervolgens prejudiciële vragen voor aan het Grondwettelijk Hof over de verenigbaarheid van deze regeling met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

Geen huurinkomsten

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat een woning die als hoofdverblijfplaats dient wezenlijk verschilt van andere onroerende goederen. Een eigen woning brengt immers geen reële inkomsten op die het besteedbaar gezinsbudget verhogen.

Integendeel: eigenaars dragen doorgaans zware financiële lasten voor hun gezinswoning, zoals de maandelijkse afbetaling van een hypothecaire lening. Die last drukt op het gezinsbudget op een vergelijkbare manier als huurgeld voor wie huurt.

De Brusselse doelstelling om de toeslagen toe te wijzen aan de gezinnen die deze steun het meest nodig hebben, kan deze regeling niet rechtvaardigen. Het Hof besluit dan ook dat het niet redelijk verantwoord is om het kadastraal inkomen van de hoofdverblijfplaats mee te tellen om te bepalen of het plafond wordt overschreden.

Door dit arrest kan de Brusselse gezinsbijslagregeling niet langer gezinnen met een bescheiden inkomen van een sociale toeslag uitsluiten louter op grond van het kadastraal inkomen van hun eigen woning. Uitbetalers van kinderbijslag en bevoegde rechtbanken moeten deze uitsluitingsregel buiten beschouwing laten zolang de Brusselse wetgever de ordonnantie niet aanpast.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: GwH 22 oktober 2026, nr. 119/2026. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.