Bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschuld volgt gewone bevoegdheidsregels, oordeelt ondernemingsrechtbank Gent
De Belgische Staat probeert ruim twee miljoen euro aan fiscale schulden te verhalen op de feitelijke leiders van twee vennootschappen uit Hongkong. Een verdelingsincident dwong de ondernemingsrechtbank Gent tot een principiële keuze tussen fiscale aanknopingspunten en het gemeen procesrecht.
Foto: Dimitri Karastelev (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
Wanneer de Belgische Staat feitelijke bestuurders aanspreekt op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid voor onbetaalde belastingschulden van een vennootschap, gelden de gewone regels van territoriale bevoegdheid uit het Gerechtelijk Wetboek. Dat beslist de ondernemingsrechtbank Gent in een verdelingsincident. Omdat de aanspraak steunt op een beweerde fout en niet op een eigen aanslagbiljet van de bestuurders, kan de fiscus zich voor de bevoegdheid niet beroepen op het fiscale adres van de onderneming. De zaak is toegewezen aan de afdeling van de woonplaats van een van de verweerders.
Bron: Orb. Gent 10 augustus 2026, nr. A/25/01174. (opent in nieuw tabblad)
Wanneer de fiscus bestuurders persoonlijk aansprakelijk stelt voor onbetaalde vennootschapsbelastingen, gelden de algemene bevoegdheidsregels van het burgerlijk procesrecht. Dat bevestigt de ondernemingsrechtbank Gent in een geschil over een fiscale vordering van ruim twee miljoen euro tegen de feitelijke leiders van twee vennootschappen uit Hongkong.
De Belgische Staat stelde de vordering in om een openstaande belastingschuld van 2.003.199,89 euro te recupereren. Volgens de fiscus hadden twee natuurlijke personen als feitelijke bestuurders van twee vennootschappen uit Hongkong een fout begaan, waardoor de vennootschappen hun fiscale schulden niet voldeden.
De gerechtsdeurwaarder dagvaardde de verweerders echter voor de afdeling Dendermonde van de ondernemingsrechtbank Gent. De verweerders wierpen meteen een verdelingsincident op, omdat de zaak volgens hen niets te maken had met Dendermonde. Zij vroegen om een toewijzing aan de afdeling Brugge of ondergeschikt aan de afdeling Gent, aangezien hun respectieve woonplaatsen in die rechtsgebieden liggen.
Geen fiscale aanknoping
De fiscus verdedigde de keuze voor Gent door te verwijzen naar een vestigingsadres van de buitenlandse vennootschappen dat door de taxatiediensten als fiscaal adres was geregistreerd. De rechtbank oordeelde echter dat die fiscale link niet doorslaggevend is voor de territoriale bevoegdheid.
Omdat de bestuurders worden aangesproken op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid en er tegen hen persoonlijk geen belastingaanslag van ambtswege is gevestigd, gelden de gewone regels uit het Gerechtelijk Wetboek. Bij gebrek aan een specifiek zaakverdelingsreglement bepaalt artikel 624 van het Gerechtelijk Wetboek waar de zaak aanhangig moet worden gemaakt.
Omdat een van de gedaagde bestuurders in het rechtsgebied van de afdeling Gent woont, mocht de eiser op basis van diens woonplaats kiezen voor die afdeling. De voorzitter wees de zaak daarom definitief toe aan de tiende kamer van de afdeling Gent.
Wanneer de fiscus bestuurders op grond van gemeen aansprakelijkheidsrecht aanspreekt voor onbetaalde vennootschapsschulden, bepalen de gewone bevoegdheidsregels uit het Gerechtelijk Wetboek welke rechtbankafdeling bevoegd is. Partijen kunnen in dat geval niet teruggrijpen naar het fiscale vestigingsadres van de betrokken vennootschap.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Orb. Gent 10 augustus 2026, nr. A/25/01174. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.