Fiscaal rechtInvorderingVennootschapsrechtBestuurdersaansprakelijkheid

Bestuurders kunnen bij achterstallige bedrijfsvoorheffing niet schermen met onwetendheid

De ondernemingsrechtbank Antwerpen veroordeelt een bestuurder tot het betalen van bijna 142.000 euro aan achterstallige bedrijfsvoorheffing. Zich verschuilen achter fouten van boekhouders of familieleden volstaat niet.

raw meat on a table with a knife, garlic and pepper

Foto: Sergey Kotenev (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De ondernemingsrechtbank Antwerpen heeft geoordeeld dat een bestuurder persoonlijk moet opdraaien voor ruim 141.000 euro aan openstaande bedrijfsvoorheffing van zijn failliete vennootschap. Omdat de voorheffing gedurende 21 maanden niet was doorgestort, beriep de fiscus zich op het wettelijke foutvermoeden. De rechtbank verwierp het verweer dat de bestuurder niet op de hoogte was van de opgelopen schulden doordat het financieel beheer bij derden lag. Bestuurders hebben een actieve en proactieve opvolgingsplicht over de nakoming van fiscale verplichtingen. Wie die controle nalaat, kan het vermoeden van een bestuursfout niet weerleggen.

Bron: Orb. Antwerpen 10 juli 2026, nr. A/25/01481. (opent in nieuw tabblad)

Wanneer een vennootschap nalaat om haar bedrijfsvoorheffing door te storten, kunnen bestuurders zich niet verschuilen achter interne taakverdelingen of administratieve onwetendheid. De ondernemingsrechtbank Antwerpen oordeelde dat een voormalig bestuurder van een rundvleesverwerkend bedrijf hoofdelijk aansprakelijk is voor 141.954,63 euro aan achterstallige voorheffing.

Tussen juli 2023 en augustus 2025 liet de vennootschap gedurende 21 maanden na om bedrijfsvoorheffing te betalen. De Federale Overheidsdienst Financiƫn stelde de bestuurder in april 2025 in gebreke en dagvaardde hem na het faillissement van de vennootschap op grond van artikel 51 van het Wetboek van de Minnelijke en Gedwongen Invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (WMGI).

Die wettelijke regeling bepaalt dat bij herhaalde niet-betaling een wettelijk vermoeden geldt dat de achterstand voortvloeit uit een fout van de bestuurder. De bestuurder probeerde dit vermoeden te weerleggen door aan te voeren dat hij niet op de hoogte was van de schulden. Hij verwees naar fouten van het vorige boekhoudkantoor, financieel beheer door zijn inmiddels overleden vader en het ontbreken van voorafgaande aanmaningen door de fiscus.

Actieve controleplicht

De rechtbank verwierp die stellingen integraal. Bedrijfsvoorheffing maakt integraal deel uit van het brutoloon van werknemers en moet spontaan op aangifte worden betaald. Het behoort tot de basisopdracht van elke bestuurder om er proactief op toe te zien dat deze fiscale verplichtingen worden nageleefd.

Het feit dat de vennootschap in mei 2025 alsnog een afbetalingsplan verkreeg, bewees volgens de rechtbank evenmin dat de eerdere wanbetaling te wijten was aan plotse en onvoorzienbare moeilijkheden. Dat dit plan later strandde door een uitvoerend beslag van de ex-boekhouder, deed niets af aan de maandenlange verwaarlozing die daaraan voorafging. Omdat het foutvermoeden niet werd weerlegd, verklaarde de rechtbank de bestuurder integraal hoofdelijk gehouden tot de hoofdsom en intresten.

De uitspraak bevestigt dat een gebrek aan actieve controle over de boekhouding een bestuurder duur kan komen te staan. Zelfs wanneer het dagelijkse beheer informeel aan derden of familieleden wordt overgelaten, blijft de bestuurder persoonlijk verantwoordelijk voor het nakomen van de fiscale inhoudingen, met het risico op zware hoofdelijke aansprakelijkheid bij een faillissement.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Orb. Antwerpen 10 juli 2026, nr. A/25/01481. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.