Afghaanse asielzoekers krijgen niet automatisch bescherming door verblijf in Europa
Een jonge Afghaan meende dat zijn verblijf in België en actieve aanwezigheid op sociale media hem bij een terugkeer een doelwit van de taliban maakten. De Raad van State bevestigt de weigering van zijn asielaanvraag.
Foto: Sushanta Rokka (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)
Korte samenvatting
De Raad van State bevestigt dat afgewezen Afghaanse asielzoekers niet automatisch recht hebben op internationale bescherming louter omdat zij jarenlang in het Westen hebben verbleven. Een asielzoeker die aanvoerde dat zijn integratie, opleiding en sociale mediaberichten in België hem bij terugkeer een doelwit voor de taliban zouden maken, ving bot. Volgens de Raad van State mocht de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen oordelen dat het risico op daadwerkelijke of toegeschreven verwestering steeds aan de hand van het individuele profiel moet worden bewezen.
Bron: RvS 9 oktober 2026, nr. 267.967. (opent in nieuw tabblad)
Leidt een jarenlang verblijf in Europa automatisch tot een risico op vervolging wegens 'verwestering' wanneer iemand moet terugkeren naar talibangebied? Die vraag lag voor aan de Raad van State na het beroep van een jonge Afghaan die sinds zijn zestiende in België verbleef en asiel aanvroeg.
De Afghaanse man diende in april 2022 een asielaanvraag in België in. Hij betoogde dat hij door zijn jarenlange verblijf in Europa en zijn integratie alhier bij terugkeer naar Afghanistan het slachtoffer zou worden van foltering of mishandeling door het talibanregime. Hij voerde onder meer aan dat hij school liep in gemengde klassen, een baan had en sociale mediaprofielen bezat met foto's van cannabisgebruik.
Zowel het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen als de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wezen zijn verzoek af. De asielrechters stelden vast dat de man tot zijn vijftiende in Afghanistan opgroeide en dat een louter verblijf in het Westen niet automatisch betekent dat iemand als verwesterd wordt aanzien door de taliban.
Geen automatische bescherming
In cassatie bij de Raad van State wierp de verzoeker op dat de motivering tekortschoot en dat de bewijslast te zwaar werd gelegd. Volgens hem volstond zijn westerse verblijf op zich al om als politieke tegenstander van de taliban te worden gebrandmerkt. Ook stelde hij dat de humanitaire toestand in het land een grond voor subsidiaire bescherming vormde.
De Raad van State verwerpt het cassatieberoep integraal. Het rechtscollege oordeelt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen soeverein de bewijswaarde van de landeninformatie mocht beoordelen en geen formele motiveringsregels heeft geschonden.
Volgens het arrest verplicht de wet niet om bescherming toe te kennen aan elke Afghaan die terugkeert uit Europa. Een asielzoeker moet concreet en individueel aantonen waarom zijn specifieke profiel hem blootstelt aan represailles. De algemene economische crisis in Afghanistan vloeit bovendien voort uit een complexe wisselwerking van factoren en kan niet uitsluitend worden toegeschreven aan opzettelijk handelen van de taliban.
De uitspraak bevestigt dat afgewezen Afghaanse asielzoekers een reëel risico op vervolging door verwestering steeds concreet en persoonlijk moeten onderbouwen. Louter verwijzen naar een westerse levensstijl, integratieactiviteiten of berichten op sociale netwerken volstaat niet om een gegronde vrees aannemelijk te maken.
Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvS 9 oktober 2026, nr. 267.967. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.